ArcGIS Online


ArcGIS Online Abonnement activeren

Na het aanvragen van een ArcGIS Online abonnement, ontvangt de bij Esri Nederland geregistreerde contactpersoon van jullie organisatie een e-mail met een activeringslink. Mocht bij jullie niet bekend zijn wie deze persoon is dan kan contact opgenomen worden met Esri Nederland (+31 10 217 0700 of administratie@esri.nl). Klanten met een ArcGIS Desktop licentie in onderhoud krijgen hier standaard een ArcGIS Online abonnement bij. Het is mogelijk extra named users of credits aan te schaffen, deze worden dan toegevoegd aan het bestaande ArcGIS Online abonnement, tenzij er andere afspraken zijn gemaakt.

Wij adviseren het abonnement te laten activeren door de persoon die ArcGIS Online zal beheren.

  1. Ga naar www.arcgis.com en log uit indien nodig. Doe hetzelfde bij my.esri.com.
  2. Open de e-mail van ArcGIS Online Accounts met het onderwerp "Activering van uw ArcGIS Online-abonnement" en kopieer de activeringskoppeling naar de browser waar net is uitgelogd. De pagina 'Sign In' wordt geopend.
  3. Wordt er al gebruik gemaakt van ArcGIS Online, dan kan aangemeld worden met het bestaande ArcGIS Online account. Hierdoor wordt het eigendom van bestaande items binnen het huidige account naar het nieuwe organisatie account verplaatst. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer eerst gebruik is gemaakt van een trial. Mocht het gaan om de activering van een tweede ArcGIS Online portaal, dan kan een nieuw account worden aangemaakt om het abonnement te activeren. Het is ook mogelijk het my.esri.com account te gebruiken om in te loggen, voordeel hiervan is dat voor beide websites dan dezelfde inloggegevens gebruikt kunnen worden. Indien er nog helemaal geen ArcGIS account is kunnen de stappen hieronder gevolgd worden.
  4. Als er nog geen ArcGIS account is kan gekozen worden voor “Create a public account”.
    1. Voer een gebruikersnaam in die bestaat uit 6 tot 128 alfanumerieke tekens. De volgende speciale tekens kunnen gebruikt worden: . (punt), _ (onderstrepingsteken) en @ (apenstaartje). Andere speciale tekens, niet-alfanumerieke tekens en spaties zijn niet toegestaan.
    2. Voer een wachtwoord in dat minstens 8 tekens lang is, en minstens één letter en één cijfer bevat. Spaties zijn niet toegestaan. Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig.
    3. Vul bij de geheime vraag iets in dat voor jezelf makkelijk te onthouden is, de informatie wordt namelijk gevraagd bij het aanvragen van een password reset.
    4. Lees de gebruiksvoorwaarden en klik op “I accept and agree to be legally bound by the Esri ArcGIS Online Terms of Use and Privacy Policy.” om akkoord te gaan met de voorwaarden.
    5. Klik op “Create My Account”.
  5. Na het aanmelden wordt de pagina 'Uw organisatie instellen' geopend. Voer de naam van de organisatie in. Lees hier hoe dit en andere opties gewijzigd kunnen worden.
  6. Voer een verkorte naam in van de organisatie. Er mogen tussen de 1 en 16 tekens gebruikt worden, inclusief letters, cijfers en koppeltekens (-). Speciale tekens anders dan een koppelteken (-) en spaties zijn niet toegestaan. De tekst wordt gebruikt bij het maken van de URL van jullie organisatie. Deze is vereist en kan niet meer worden gewijzigd.
  7. Kies de taal voor leden van de organisatie. De taal bepaalt de gebruikersinterface, en hoe de tijd, de datum en numerieke waarden worden weergegeven. Leden kunnen de taal wijzigen via hun profielpagina. Als anonieme toegang tot de site wordt toegestaan, kan de taal van de organisatie ingesteld worden op 'Browser standaard'. Deze instelling gebruikt de taal van de browser die toegang biedt tot de site. De taal van de organisatie kan desgewenst later gewijzigd worden. Klik hier voor meer informatie over taalinstellingen.
  8. Kies de regio voor de organisatie. De regio bepaalt de standaard basiskaartgalerij, de standaard basiskaart en de standaardextent voor nieuwe kaarten. Dit kan ook opgegeven worden via de map viewer-configuratie. De regio van de organisatie kan desgewenst later gewijzigd worden. Kijk hier voor meer informatie over regio-instellingen.
  9. Geef aan dat toegang tot de organisatie alleen mogelijk is via HTTPS. HTTPS garandeert dat zowel de gegevens van de organisatie als alle tijdelijke identificatietokens die toegang geven tot jullie gegevens, worden gecodeerd tijdens de communicatie via internet. Door HTTPS in te schakelen, kunnen de prestaties van de site verslechteren. Later kunnen desgewenst de overige beveiligingsinstellingen geconfigureert worden. Hier kan meer informatie gevonden worden over beveiliging binnen ArcGIS Online.
  10. Schakel het selectievak 'Contact' in en voer een website URL of mailto: link in voor de aangepaste contactlink in de voettekst van de site. Houd er rekening mee dat als jullie organisatie anonieme toegang toestaat, iedereen die jullie URL vindt, jullie contactgegevens kan zien. Schakel het vakje uit om de contactkoppeling te verbergen. De koppeling 'Contact opnemen met Esri' verschijnt altijd in de voettekst. Deze kan niet verborgen worden.
  11. Klik op Opslaan en doorgaan. Je kan nu beginnen te werken in jullie nieuwe ArcGIS Online portaal.

Weergaven in ArcGIS Online

Weergaven (of Views) in ArcGIS Online maken het mogelijk om een feature layer op verschillende manieren weer te geven. Op een weergave is het mogelijk in te stellen welke bewerkrechten van toepassing zijn en welke velden en objecten zichtbaar moeten zijn. Ook kan op een weergave een andere stijl worden ingesteld dan op de originele feature layer.

Wanneer een weergave op een hosted feature layer wordt aangemaakt, wordt deze als een nieuw item toegevoegd aan ‘Mijn Content’. Dit nieuwe item bevat een weergave van de gegevens in de hosted feature layer. Dit betekent dat als gegevens in de originele feature layer worden gewijzigd, deze wijzigingen ook worden weergegeven in de alle weergaven van de feature layer. Het bewerken van de data in verschillende weergaves gebeurd dus op één en dezelfde databron, de originele feature layer. In het onderstaande voorbeeld is dat schematisch weergegeven.

De weergaven zijn voor verschillende situaties erg handig. Het bovenstaande schema kan bijvoorbeeld toegepast worden op een meldingenproces bij een gemeente. Burgers kunnen in een web app een melding doen van een verstoring in de openbare ruimte. De applicatie is gebaseerd op weergave 1, burgers zien dus alleen de informatie die openbaar is, omdat velden met gevoelige informatie op de weergave zijn uitgeschakeld. In een andere web app, gebaseerd op weergave 2, worden de meldingen door de gemeente gecontroleerd en toegewezen aan een medewerker in het veld. De medewerker in het veld ziet op zijn beurt een opdracht in zijn web app verschijnen die hij kan gaan uitvoeren vanuit weergave 3.

Een weergave aanmaken

Het aanmaken van een weergave is eenvoudig te doen in ArcGIS Online. Weergaven kunnen worden ingesteld op bestaande hosted feature layers, maar ook op hosted feature layers die nieuw zijn gepubliceerd. Let erop dat alleen de eigenaar van een hosted feature layer daar een weergave van kan maken. Volg de stappen hieronder om een weergave te maken.

  1. Log in op ArcGIS Online en open het Mijn Content tabblad.
  2. Open de Item Details pagina van de hosted feature layer waar een weergave voor aangemaakt moet worden. Controleer of het item ook daadwerkelijk een hosted feature layer is waarvan je de eigenaar bent. In de afbeelding hieronder is in het rood omkaderd waar je het type laag en de eigenaar kunt vinden.
  3. Onder het Overzicht tabblad van de Itempagina klikt u op de optie Weergave Maken. In de onderstaande afbeelding in het groene kader.

  4. Geef een unieke titel op voor de weergave van de hosted feature layer, voer labels in voor de weergave en geef een beschrijving op voor de weergave. Als laatste kunt u ook de map kiezen waarin de weergave moet worden opgeslagen. Klik daarna op OK.

De weergave wordt nu aangemaakt en verschijnt als een nieuw item onder het Mijn Content tabblad in de map die bij het aanmaken van de weergave is gekozen. Om een weergave geschikt te maken voor het uiteindelijke gebruik kunnen nu een aantal instellingen worden gewijzigd.

Instellingen op een weergave

Het wijzigen van de instellingen van je weergave kun je doen op de Itempagina. Onder het Mijn Content tabblad is de net aangemaakte weergave te herkennen omdat in de kolom Type de omschrijving ‘weergave’ is toegevoegd, zoals te zien in de afbeelding hieronder.

Klik op de weergave om de Itempagina te openen. Hieronder zijn de belangrijkste instellingen voor een weergave op een rijtje gezet en uitgelegd waar ze te vinden zijn.

Delen

Onder het Overzicht tabblad is voor een weergave in te stellen hoe deze gedeeld moet worden. De weergave kan openbaar of met een bepaalde groep gebruikers worden gedeeld. Standaard staat de weergave na het aanmaken op niet gedeeld.

Bewerkrechten

Op een weergave kan worden ingesteld of deze bewerkt mag worden of niet. Net als bij een normale hosted feature service is dit in te stellen onder het Instellingen tabblad. Beveilig je item onder het instellingen tabblad ook tegen verwijderen en kies ervoor of gegevens mogen worden geëxporteerd.

Objecten en velden definiëren

Onder het Visualisatie tabblad is het mogelijk in te stellen welke velden en objecten zichtbaar zijn in een weergave. Velden met gevoelige informatie kunnen zo bijvoorbeeld worden afgeschermd. Eenmaal ingesteld kan een gebruiker van de weergave dit niet aanpassen, alleen de beheerder van een weergave kan ervoor kiezen andere velden of objecten zichtbaar te maken.

Klik onder het Visualisatie tabblad op de Meer opties knop en daarna op Weergavedefinitie instellen. Klik om een filter in te stellen op de objecten op Objecten definiëren en stel een filter in waarmee alleen de objecten zichtbaar zijn die bij het doel van de weergave passen. Kies voor de optie Velden definiëren om in te stellen welke velden zichtbaar zijn in een weergave. De velden die niet zijn geselecteerd zijn niet zichtbaar voor de gebruikers van de weergave.

Visualisatie en pop-ups

Per weergave kan de visualisatie en de pop-up verschillend worden ingesteld. Deze opties zijn ook te vinden onder het Visualisatie tabblad. Klik op de knop Stijl wijzigen om de visualisatie van de data aan te passen en klik dan op Gereed. Klik om de pop-up te configureren op de Pop-up configureren knop. Stel in welke gegevens er in de pop-up moeten staan en sla dit op door op OK te klikken. Klik ten slotte op Kaartlaag opslaan om de aanpassingen in de visualisatie door te voeren.

Een weergave gebruiken

Nadat de weergave op de juiste manier is geconfigureerd voor het uiteindelijke gebruik, kan de weergave aan een Web Map, Web App of bijvoorbeeld een Story Map worden toegevoegd. Weergaven waarop de bewerkrechten zijn ingeschakeld zijn ook geschikt voor gebruik in de Collector app.

Bij het gebruik van weergaven is het goed om rekening te houden met onderstaande zaken.

  • Het toevoegen of verwijderen van velden moet worden gedaan op de originele hosted feature service. De wijzigingen worden dan overgenomen door alle bestaande weergaven van de feature service.
  • Als een hosted feature service moet worden geüpdatet, dan kan dat door de originele hosted feature service te overschrijven bij het publiceren. De wijzigingen worden door de weergaven overgenomen.
  • Als een hosted feature service met weergaven overgezet moet worden naar een andere eigenaar moet een beheerder de eigenaar van de originele hosted feature service veranderen. Deze wijziging wordt dan door alle weergaven gebaseerd op deze service overgenomen.

Hoe maak ik een Story Map Tour?

Tips and tricks omtrent het toevoegen van diverse media bestanden

Introductie

De Story Map Tour is een webapp waarmee geo-informatie in een bepaalde volgorde kan worden getoond, als een verhaal. Aan elk object kunnen een foto, tekst of andere media toegevoegd worden die naast de interactieve kaart worden getoond. Gebruikers kunnen doorklikken naar de volgende locatie door middel van de navigatiebalk, maar ze kunnen de kaart ook zelf doorzoeken en zo meer ontdekken.

Dit type Story Map is zeer geschikt om een (chronologische) verhaal te vertellen aan de hand van foto’s en/of video’s. Bijvoorbeeld: om toeristen de mooiste plekjes van de stad te laten zien, om verschillende onderdelen van een project weer te geven of om geografische kenmerken van een bepaald gebied in kaart te brengen.

In dit artikel worden tips gegeven omtrent het importeren van verschillende media-onderdelen (zoals foto’s, video’s e.d.) in de Story Map Tour. Tevens worden er voor elke methode de stappen beschreven.

Voorbereiding

Voordat een Story Map Tour gebouwd wordt dienen er media-onderdelen verzameld te worden (foto’s en/of video’s) die gebruikt worden om een verhaal mee te vertellen. Er zijn verschillende manieren om je afbeeldingen op te slaan. Zo kunnen bijvoorbeeld afbeeldingen gebruikt worden die zijn opgeslagen in Flickr.

Indien een ArcGIS Online account gebruikt wordt met ‘Publisher’-rechten is er de mogelijkheid om foto’s direct te uploaden in de Map Tour Builder vanaf een computer, waarna ze opgeslagen worden in de cloud samen met de webmap. Deze optie is prettig voor als de foto’s nog niet online staan, of als de Map Tour foto’s bevat die alleen binnen een organisatie zichtbaar mogen zijn.

Verder kunnen foto’s vanaf het web worden toegevoegd aan de Story Map. Dit wordt gedaan door middel van het refereren naar de afbeelding via een URL.

Naast afbeeldingen, kunnen ook video’s in een Map Tour verwerkt worden. De Map Tour Builder heeft namelijk toegang tot video’s die opgeslagen staan in een YouTube account. Deze video’s kunnen bereikt worden door middel van het refereren van de URL van de betreffende video.

Tot slot kunnen media-bestanden geïmporteerd worden via een CSV bestand. Hierbij wordt er een CSV template bewerkt en vervolgens geïmporteerd in de Story Map Tour. Deze mogelijkheid zal echter in detail worden beschreven in een volgend technisch artikel.

Voor alle manieren geldt dat in principe afbeeldingen van elke grootte en vorm gebruikt kunnen worden. Het is echter aan te raden om afbeeldingen te gebruiken met een ‘landscape orientation’ (afbeeldingen die breder zijn dan ze hoog zijn).

Een handige tip om snel de foto’s op de juiste locatie in de kaart te krijgen is door gebruik te maken van foto’s met geotag-informatie. Geotaggen is het koppelen van een lengte- en breedtegraad aan een foto of video (deze informatie wordt weggeschreven in de EXIF gegevens van een foto). Met andere woorden, de foto of video bevat informatie over de locatie waar de foto is genomen. De Story Map Tour kan deze informatie inlezen waardoor de foto’s automatisch op de juiste locatie komen te liggen op de kaart.

Starten

Ga naar Storymaps.ArcGIS.com, log in met je inloggegevens. Klik vervolgens op het tabje Apps, bovenin het scherm.

Op de nieuwe pagina, klik op ‘Build’, naast de Story Maps Tour.

Een andere manier om het bouwen van een Story Map Tour te starten is via Mijn Content. Klik op ‘Maken’ > ‘App’ > ‘Een template gebruiken’ om een nieuwe webapp te maken, er verschijnt er een nieuw venster.

In het ‘Een nieuwe webapp maken-venster’ klik op de tweede tab ‘Een storymap bouwen’. Kies vervolgens in dit tabblad voor de Story Map Tour, en klik tot slot op ‘Een webapp maken’

Locatie foto’s bepalen

Na het kiezen van de Map Tour Template verschijnt er een venster waarin de locatie van de media gekozen dient te worden:

Foto’s Importeren vanuit Flickr

Indien er voor gekozen wordt om foto’s te importeren vanuit Flickr, dienen de volgende stappen ondernomen te worden. Ten eerste, typ naast ‘Look Up’ je Flickr gebruikersnaam, en klik op Look up. Kies vervolgens de Photo Set in kwestie en klik op Import. Select a Tag hoeft in dit geval niet te worden ingevuld aangezien er al gekozen is voor een fotoset.

Vervolgens verschijnt er een nieuw vester. Het venster bestaat uit twee tabs met foto’s aan de linkerzijde en een kaart. Indien de foto’s locatiegegevens bevat in de vorm van Geotags zullen deze automatisch op de kaart gevisualiseerd worden. Als de foto’s geen geotag-informatie bevat kun je ze handmatig een locatie geven:

In het ‘To Locate’ tab, selecteer een foto, waarna je op de kaart aangeeft waar deze foto precies is genomen. Na het selecteren van de locatie wordt de foto automatisch vanuit het ‘To Locate’ tabje naar het ‘Located’ tabje verplaatst. Let op: Je kunt hier niet de volgorde van de foto’s wijzigen in de ‘Located’ tab, dit kan eventueel in een later stadium.

Nadat de gewenste foto’s zijn geselecteerd en er (eventueel handmatig) een locatie is toegewezen aan elke foto klik je op Import. Hierdoor zullen alle foto’s en hun locatie in de Located tab vervolgens in de Map Tour worden geïmporteerd.

Foto’s Importeren vanuit Picasa

Het is niet meer mogelijk om foto’s te importeren via Picasa. Picasa wordt namelijk niet meer ondersteund door Google. Geadviseerd wordt om deze methode om media te importeren niet meer te gebruiken.

Video’s importeren vanuit YouTube

Het importeren van video’s vanuit Youtube gaat op min of meer dezelfde manier als het importeren van foto’s vanuit Flickr. Na het kiezen van de optie YouTube in de vorige stap verschijnt het onderschaande scherm. Hierin dien je een YouTube gebruikersnaam te typen en vervolgens te klikken op ‘Import’. In het volgende scherm kun je de video’s selecteren en lokaliseren op een kaart, net zoals beschreven in de vorige sectie. Net als bij het importeren van foto’s vanuit Flickr geldt ook hier dat indien de foto’s locatiegegevens bevatten in de vorm van Geotags deze automatisch op de kaart gevisualiseerd worden.

Refereren naar afbeeldingen op het web

Daarnaast, kun je ook foto’s toevoegen aan de Map Tour door naar afbeeldingen op het web te refereren via een URL. Zorg er dan wel voor dat de afbeeldingen niet te groot zijn. Geadviseerd wordt om te werken met foto’s kleiner dan 400 Kb, grotere afbeeldingen kunnen namelijk de performance van je Story Map negatief beïnvloeden. De meest ideale grootte voor een afbeeldingen waarnaar gerefereerd wordt via een URL is 1000 pixels breed en 750 pixels hoog (landscape oriëntation). Wat betreft thumbnail afbeeldingen waarnaar gerefereerd wordt via een URL wordt geadviseerd om te werken met een grootte van 250 pixels breed en 166 pixels hoog. Indien de bovengenoemde afbeeldingen niet voldoen aan de bovengenoemde criteria, adviseren we je om ze te hosten in Flickr of direct te uploaden. Daarnaast wordt geadviseerd om te werken met JPG afbeeldingen, aangezien deze over het algemeen kleiner zijn qua bestandsgrootte in vergelijking met andere bestandsformaten.

Om foto’s toe te voegen aan de Story Map Tour via een URL, klik op het tandwielicoon in het ‘Welcome to the Map Tour builder scherm’. Vervolgens, selecteer ‘Start a new Tour’ in het onderstaande venster.

Na het selecteren van ‘Start a new Tour’, verschijnt de pagina waarin je de Map Tour kunt bouwen. Als er vervolgens op ‘Add’ geklikt wordt er een nieuwe punt toe te voegen aan de kaart toegevoegd, tevens verschijnt het onderstaande nieuwe venster:

Onder Picture kan de URL van de afbeelding worden geplakt, en eventueel onder Thumbnail de afbeelding van de thumbnail. Vervolgens kan er onder tabje ‘Informatie’ een titel en beschrijving worden toegevoegd aan de foto. Uiteindelijk kan de locatie van de foto bepaald worden onder het tabje ‘Location’. Klik tot slot op ‘Add Tour point’ om het punt toe te voegen.

Afbeeldingen Uploaden

Indien er voor gekozen wordt om de foto’s direct te uploaden vanaf een computer, klik je op het rechter icoontje onder ‘I need to upload my images’. Let op: alleen een ArcGIS Online account met ‘Publisher’ rechten heeft de mogelijkheid om foto’s direct te uploaden in de Map Tour Builder.

Bij het kiezen van deze optie wordt er een feature layer aangemaakt in ArcGIS Online waarin de tour punten en foto’s worden opgeslagen. Er verschijnt een nieuw venster waarin deze feature layer van een naam wordt voorzien. Naast ‘Folder’, kies in welke map deze feature layer binnen ArcGIS Online wordt opgeslagen. Klik vervolgens op ‘Create the Layer’.

Vervolgens verschijnt de pagina waarin je de Map Tour kunt bouwen. Net als in de sectie ‘Refereren naar afbeeldingen op het web’, klik op ‘Add’ om een nieuwe punt toe te voegen aan de kaart. Vervolgens verschijnt het volgende nieuwe venster:

Onder het tabje media, voeg de foto in kwestie toe door deze in het vak te slepen of door naar de foto te navigeren door op de groene knop te klikken. Vervolgens kan er onder tabje ‘Informatie’ een titel en beschrijving worden toegevoegd aan de foto. Indien de foto geen geotag-informatie bevat, kan de locatie van de foto bepaald worden onder het tabje ‘Location’. Klik tot slot op ‘Add Tour point’ om het punt toe te voegen.

Mijn Content

Tot slot is er nog de mogelijkheid om te refereren naar de URL van foto’s die geüpload zijn naar Mijn Content in je ArcGIS Online account. Om foto’s op deze manier toe te voegen ga je naar Mijn Content, klik op ‘Item Toevoegen’ en kies vervolgens voor ‘Van mijn computer’.

In het nieuwe venster, klik op Choose File, en navigeer naar de locatie van de foto. Geef de foto een titel en een label en klik op ‘Item Toevoegen’. Het bestand zal vervolgens in Mijn Content komen te staan. Na het toevoegen van de foto, kies ‘Delen’ rechts in het scherm en selecteer met wie je het bestand wilt delen. Door het delen wordt er een unieke URL aangemaakt, welke vindbaar is onder URL rechtsonder in het scherm:

Om deze foto toe te voegen aan je Story Map, volg de stappen in de sectie Refereren naar afbeeldingen op het web. Echter, in het scherm ‘Add a new tour Point’ plak je de zojuist gegenereerde URL.


Naar een veilige Story Map: van HTTP naar HTTPS

Wanneer je een Story Map maakt, wil je dat deze goed en veilig werkt en voor langere tijd beschikbaar blijft voor het publiek. Story Maps zijn web apps die door gebruikers bekeken worden in een webbrowser. Dit betekent dat de Story Map die je hebt gemaakt afhankelijk is van ontwikkelingen in de beveiliging van webbrowsers.

Esri wil ervoor te zorgen dat Story Maps ook in de toekomst om kunnen gaan met veiligheidstandaarden die door browsers worden gehanteerd. Daarom zullen alle Story Map apps overgaan naar het HTTPS-protocol. Dit betekent dat alle Story Map apps en hun inhoud (zoals afbeeldingen, video’s, kaartlagen, webpagina’s en web apps) benaderd moeten worden via HTTPS-URL’s. HTTP-links zullen dan niet meer werken.

Wat betekenen HTTP en HTTPS?

HTTP en HTTPS zijn protocollen die bepalen hoe informatie via het web wordt uitgewisseld tussen computers. Bij HTTPS wordt de informatie die je verzendt en ontvangt versleuteld, zodat het alleen gelezen kan worden door degene waarvoor de informatie bestemd is. Bij HTTP gebeurt dit niet, waardoor je minder goed beschermd bent tegen hackers.

Hoe ziet de transitie eruit?

Het is belangrijk om voorbereid te zijn op de veranderingen die gaan plaatsvinden. Deze kunnen er namelijk voor zorgen dat de Story Maps die je hebt gemaakt, niet meer zullen werken.

De transitie kan worden ingedeeld in twee fasen:

  1. Eind 2017 zullen Story Map apps al vereisen dat de toegevoegde inhoud zoals afbeeldingen gebruik maakt van HTTPS. Er zullen tools worden verstrekt door Esri, waarmee je bestaande Story Maps kunt scannen op HTTP-links om te helpen bij de overgang van HTTP naar HTTPS.
  2. In de eerste helft van 2018 mogen de Story Maps alleen nog HTTPS-links bevatten. Alle HTTP-links worden dan automatisch vervangen door HTTPS-links. Dit kan problemen opleveren: als de inhoud van jouw Story Map een server staat die geen HTTPS ondersteunt, dan werkt de Story Map niet meer.

Wat te doen…

...bij het maken van nieuwe Story Maps?

Wanneer je afbeeldingen upload in de Story Map Builder of wanneer je afbeeldingen gebruikt die op ArcGIS.com worden gehost, hoef je je geen zorgen te maken: alles op ArcGIS.com wordt opgeslagen via HTTPS. Gebruik maken van de Story Map Builder wordt gezien als de meest eenvoudige en veilige manier om content toe te voegen aan een Story Map.

Als je afbeeldingen, video’s, webpagina’s etc. wilt toevoegen die ergens anders op het web worden gehost, zorg er dan voor dat je HTTPS-URL’s gebruikt.

Met bestaande Story Maps?

Controleer alle Story Maps die je hebt gemaakt op HTTP-URL’s die verwijzen naar content die buiten ArcGIS.com gehost wordt, maar wel binnen de Story Map wordt geopend. Maak je een HTTP-verwijzing naar content die in een nieuw browser tabblad wordt geopend, dan mag je die wel laten staan.

Ik heb een HTTP-URL, wat nu?

Wanneer je content tegenkomt met een HTTP-URL, dan heb je de volgende opties:

  1. Update de server met een geldig certificaat, zodat HTTPS ook wordt ondersteund;
  2. Verplaats de content naar een server die wel HTTPS ondersteunt;
  3. Gebruik de HTTP-URL om te verwijzen naar content die in een nieuw browservenster opent (in plaats van de content in de Story Map zelf op te nemen);
  4. Zoek naar vervangende bestanden die wel HTTPS ondersteunen;
  5. Verwijder de inhoud van je Story Map.

Als het gaat om een GIS-service, dan is het aan te raden om de server te updaten zodat HTTPS ondersteund wordt. Zie hiervoor het volgende artikel: Configure HTTPS on ArcGIS Server (http://server.arcgis.com/en/server/latest/administer/windows/enable-ssl-on-arcgis-server.htm). Als dat niet kan, dan kun je de data naar ArcGIS Online publiceren of naar een server die wel HTTPS ondersteunt. Let er wel op dat de URL kan veranderen als data nogmaals gepubliceerd wordt, of wanneer de server geüpdatet wordt. Pas de URL’s in de Story Map dan ook nog even aan!

Kortom, onderneem de volgende acties:

  1. Maak vanaf nu altijd gebruik van HTTPS-URL’s voor content die wordt ingeladen in Story Maps.
  2. Ga bestaande Story Maps reviewen en kijk of je HTTP-URL’s kunt vervangen door HTTPS-URL’s.

Waar in ArcGIS wordt het gebruik van vector tiles ondersteund?

Vector tiles

Vector tiles zijn pakketjes met vectoren (punten, lijnen, vlakken). Van vector tiles worden aan de serverkant geen plaatjes gemaakt, zoals bij raster tiles. Bij vector tiles wordt de symbologie in een apart bestand geregeld en opgeslagen.

Voordelen van vector tiles

Bij iedere vector tile layer kunnen meerdere opmaken gemaakt en gebruikt worden, waardoor de vector tiles geschikt gemaakt kunnen worden voor ieder eindproduct.

Een ander voordeel is dat een vector tile layer altijd scherp is, onafhankelijk van het zoomniveau; dit in tegenstelling tot een raster tile layer. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de dikte van een lijn van een layer zo in te stellen dat de lijn op klein schaalniveau dun is en bij het inzoomen steeds dikker wordt. Bij raster tiles doe je dit ook, maar dan door verschillende layers in ArcMAP te gebruiken.

Andere voordelen van een vector tile ten opzichte van een raster tile zijn dat vector tiles sneller worden aangemaakt, minder opslagruimte vergen en labels dynamisch kunnen weergeven.

Ondersteuning van vector tiles

Het gebruik van vector tiles wordt met de volgende software ondersteund:

  • ArcGIS Online
  • ArcGIS Pro 1.3 en hoger
  • Javascrip 3.15 en hoger (dat betekent GeoWeb 5.1 en hoger)
  • ArcGIS Runtime 100
  • Momenteel wordt het gebruik van vector tiles niet ondersteund in ArcMap en het is onwaarschijnlijk dat vector tiles ondersteund zullen gaan worden in ArcMap.

Voor het bekijken van vector tile layers in ArcGIS Pro kan gebruik gemaakt worden van ArcGIS Pro 1.3 of hoger. Voor het maken van vector tiles adviseren wij ArcGIS Pro 1.4 of hoger. Deze versies zijn geschikt voor het maken van een vector tile package. Ook is er de mogelijkheid om direct te publiceren.

Ondersteuning in browsers

Webbrowsers ondersteunen kaarten met vector tiles ook. Dit geldt voor Chrome, Firefox, Safari en Internet Explorer 11 en hoger. In alle gevallen is het van belang om Web GL aan te vinken in de settings van de browser. Om te kijken of de browser de weergave van vector tiles ondersteunt kan de volgende link geopend worden. Indien de kaart zichtbaar wordt kan ervan worden uitgegaan dat de browser de weergave van vector tiles ondersteunt.

http://arcg.is/1u85y1

Hardware specificaties

Vector tiles zijn in opslag kleiner dan raster tiles, hierdoor hoeft er minder data over het netwerk te gaan om de kaart bij de gebruiker te krijgen. Omdat de client zelf de kaart rendert met behulp van tiles en de stijlen is de CPU van het gebruikte device medebepalend voor de prestaties van de vector tiles. Het gebruik van nieuwere hardware is daarom aan te raden.

WebGL aanzetten in de browser

Doet de link het niet in de browser? Mogelijk dient de ondersteuning van WebGL door de browser geactiveerd te worden. Hieronder worden per browser de te nemen stappen beschreven.

Google Chrome

  • Navigeer naar chrome:\\flags
  • Kies in het flags menu voor enable bij Override software rendering list en WebGL 2.0
  • Kies voor Relaunch om de browser opnieuw te openen

Mozilla Firefox

  • Navigeer naar about:config
  • Zet webgl.force-enabled naar true
  • Zet layers.acceleration.force-enabled naar true

Safari

  • Open het Safari menu en selecteer Preferences
  • Klik het Advanced-tabblad
  • Vink het vakje bij Show Develop menu aan
  • Open het Develop menu in de menubar en selecteer Enable WebGL

Internet Exlorer

WebGL wordt door Internet Explorer ondersteund vanaf versie 11.


Hoe kan ik omgaan met mixed content?

Mixed content

Mixed content betekent dat er HTTP en HTTPS kaartlagen door elkaar worden gebruikt. Dit kan een negatieve invloed hebben op het bekijken van de kaart. Als bijvoorbeeld een webapp ingebed is in een website via HTTPS, maakt het toevoegen van een HTTP kaartlaag de website kwetsbaarder voor aanvallen. Afhankelijk van de browser en de versie kunnen sommige browsers een melding geven bij het openen van een HTTPS gebaseerde laag in een HTTP mapviewer. Als een HTTP gebaseerde laag in een HTTPS mapviewer wordt geopend kan het zijn dat deze laag niet laadt. Het is dus aan te raden om geen gemixte content te gebruiken in een webmap. In dit artikel worden drie tips beschreven om hiermee om te gaan.

HTTPS voor de organisatie instellen

In het portaal kan de beheerder instellen dat alle kaartlagen als HTTPS worden gepubliceerd. Via Mijn Organisatie > Instellingen bewerken > Beveiliging, zijn de beveiligingsinstellingen te vinden. Onder het kopje beleidsregels is het vinkje “Sta de toegang tot de organisatie alleen toe via HTTPS” te vinden. Als deze staat ingeschakeld worden kaartlagen voortaan als HTTPS gepubliceerd. Bij het toevoegen van een service URL die begint met HTTP, wordt de service automatisch via HTTPS benaderd. Via de knop ‘Opslaan’ wordt de wijziging doorgevoerd. Met deze instellingen krijgen de gebruikers die een HTTP kaartlaag willen toevoegen een notificatie dat de mapviewer geen veilige verbinding met de laag kan maken.

HTTPS kaartlagen toevoegen

Bij het gebruik van kaartlagen van anderen kan het zo zijn dat deze als HTTP zijn geserveerd. Als de organisatie niet zo staat ingesteld dat toegang tot de organisatie alleen werkt via HTTPS, kunnen kaartlagen alsnog als HTTPS lagen worden toegevoegd. In de mapviewer staat bij ‘Toevoegen’ de optie “Laag toevoegen vanaf web”. Hierin kan je de service URL van de HTTP laag invullen en er HTTPS van maken. Dit is mogelijk voor kaartlagen die naar ArcGIS Online gepubliceerd zijn. Basiskaarten zijn op deze manier ook toe te voegen door “Gebruiken als basiskaart” aan te vinken.

Huidige HTTP kaartlagen omzetten naar HTTPS

Via de item details pagina van de feature layer is een laag aan te passen naar HTTPS. Dit kan via het tabblad Instellingen onder Feature Layer Instellingen.

De beheerder van het ArcGIS Online portaal kan via de ArcGIS Online Assistant alle feature layers in een webmap omzetten naar HTTPS. De ArcGIS Online Assistant is te vinden via https://ago-assistant.esri.com/ Via de optie “I want to…” is het mogelijk om voor de optie “Update the URLs of Services in a webmap” te kiezen. Bij het aanvinken van deze optie worden alle webmaps geselecteerd. Aan de linkerkant zijn de verschillende content mappen terug te vinden. Aan de rechterkant van het scherm verschijnt aanvullende informatie. Door het selecteren van de betreffende webmap, zijn alle operationele lagen en basiskaarten terug te vinden. In de URL kan nu HTTP in HTTPS worden veranderd. De ArcGIS Online Assistant valt overigens niet onder het reguliere onderhoud en het gebruik van deze tool is dan ook op eigen risico.


Enterprise logins instellen

Eén van de taken als beheerder is gebruikers uit te nodigen om lid te worden van de organisatie in ArcGIS Online. Je kunt vooraf logins voor gebruikers instellen, gebruikers nieuwe logins laten maken of enterprise logins instellen zodat gebruikers van de organisatie zich aanmelden bij ArcGIS Online met dezelfde logins die ze gebruiken voor toegang tot de bedrijfsinformatiesystemen.

ArcGIS Online ondersteunt Security Assertion Markup Language 2.0 (SAML 2.0) voor het configureren van enterprise logins. SAML is een open standaard om verificatie- en autorisatiegegevens veilig te kunnen uitwisselen tussen een identiteitsprovider (de organisatie) en een serviceprovider (in dit geval ArcGIS Online). Voor meer informatie zie enterprise logins instellen.

ArcGIS Online heeft de volgende SAML-compatibele identiteitsproviders gecertificeerd:

Active Directory Federation Services (AD FS) 2.0 en hoger
NetIQ Access Manager 3.2 en hoger
OpenAM 10.1.0 en hoger
Shibboleth 2.3.8 en hoger
SimpleSAMLphp 1.10 en hoger

Een identiteitsprovider voor de organisatie instellen

Je kunt de gecertificeerde identiteitsproviders configureren als identiteitsprovider voor enterprise logins in ArcGIS Online. Het configuratieproces bestaat in grote lijnen uit twee stappen: het registreren van de identiteitsprovider van het bedrijf bij ArcGIS Online en het registreren van ArcGIS Online bij de identiteitsprovider van het bedrijf.

Meld je aan als beheerder in ArcGIS Online en klik op Mijn Organisatie > Instellingen bewerken > Beveiliging.

Gebruik de knop identiteitsprovider instellen om ArcGIS Online informatie te bieden over de SAML 2.0 compatible identiteitsprovider van het bedrijf.

  1. De naam van de organisatie. Als gebruikers toegang verkrijgen tot de portaalwebsite, wordt deze tekst weergegeven als onderdeel van de SAML- aanmeldoptie.
  2. Selecteer of gebruikers zich automatisch of na een uitnodiging van de beheerder bij de organisatie kunnen aansluiten.

Met de automatische optie kunnen gebruikers lid worden van de organisatie door zich aan te melden met hun enterprise login. Bij de uitnodigingsoptie genereer je de uitnodigingen in ArcGIS Online die per e-mail worden verzonden. In de uitnodiging staan instructies over hoe de gebruiker lid kan worden van de organisatie. Als je voor de automatische optie kiest, kun je nog steeds gebruikers uitnodigen lid te worden van de organisatie.

Gebruik de knop Serviceprovider ophalen om de identiteitsprovider van het bedrijf informatie te bieden over ArcGIS Online in de vorm van een metadatabestand.

Identiteitsbeheer in ArcGIS Online

Bij een succesvolle login wordt een named user aangemaakt. Dit is je unieke veilige identiteit in het ArcGIS platform. De login regelt de authenticatie, ben je echt wie je zegt dat je bent? De autorisatie wordt in ArcGIS Online zelf geregeld. Dit gebeurt door middel van rollen. De rollen zijn gebruiker, publisher, beheerder, en een aantal aangepaste rollen.

De standaard ArcGIS logins blijven bestaan naast de enterprise logins.

Standaard ArcGIS Online logins

  • ArcGIS Online slaat usernames en password op en voorziet in de authenticatie en autorisatie

Enterprise logins

  • Kan ingesteld worden als aanvulling op de standaard ArcGIS Online logins
  • Beheerder configureert (federates) zijn eigen SAML identiteitsprovider (IdP) voor de authenticatie (Autorisatie wordt door ArcGIS Online uitgevoerd)
  • Een Enterprise Named User wordt aangemaakt

Inloggen

Voor het inloggen met een enterprise login moet gebruik gemaakt worden van de organisatie URL https://mijnorganisatie.maps.arcgis.com

Als je een huidige gebruiker bent van ArcGIS Online word je content niet overgenomen bij een enterprise login. Een nieuwe Enterprise Named User wordt aangemaakt.
Bij een enterprise login krijg je de status user. De status publisher is alleen mogelijk op uitnodiging.

Apps die enterprise logins ondersteunen

De meeste Esri apps ondersteunen enterprise logins. Vanaf oktober 2014 wordt de volgende lijst ondersteund (zie https://github.com/Esri/ago-admin-wiki/wiki/Migrating-to-enterprise-logins):

  • Explorer (iOS, Mac)
  • Collector
  • Esri Maps for Office
  • Operations Dashboard
  • Activity Dashboard
  • GeoPlanner
  • Esri Insights
  • ArcGIS Pro
  • Landscape Analyst

Aandachtspunten bij de migratie naar Enterprise logins

Wanneer de organisatie al gebruik maakt van ArcGIS Online met zijn bestaande named users, en hierna de overgang maakt naar enterprise logins, dan moet de content verplaatst worden van het originele login account naar het enterprise login account. Hiervoor zijn scripts beschikbaar, zie https://github.com/Esri/ago-admin-wiki/wiki/Maintenance-Tasks%3A-Users#enterprise-logins.

Instellingen in de browsers

Bij het gebruik van enterprise logins kan het nodig zijn om aanpassingen door te voeren in de browser. Enterprise login wordt door alle browsers ondersteund: Internet Explorer, Chrome en Firefox.

Voor IE dien je de veiligheidsinstellingen aan te passen door het toevoegen van de organisatie URL:

Voor Chrome dien je eventueel de volgende aanpassing te maken: Extended protection uit zetten in de IIS Manager. Normaal gesproken neemt Chrome de settings van IE over, maar soms is een extra handeling nodig om Enterprise logins in Chrome werkend te krijgen.

In firefox dien je de volgende aanpassing uit te voeren om geen popup te krijgen voor het inloggen: Network.automatic-ntlm-auth.trusted-uris aanpassen met als waarde de url van de identityprovider.

Websites:


Tips voor het reguleren van credits

Met de analyse tools van ArcGIS kunnen verschillende taken uitgevoerd worden, bijvoorbeeld het gegevens samenvatten, locaties zoeken, patronen analyseren, enzovoort. Omdat deze tools makkelijk te gebruiken zijn is het voor iedereen in de organisatie mogelijk hiermee aan de slag te gaan.

Bij het gebruik van deze tools worden credits gebruikt. Hoeveel credits het kost heeft te maken met welke tool gebruikt wordt, hoe de tool wordt ingesteld en op hoeveel features de tool wordt toegepast. Wanneer je bijvoorbeeld heel Nederland gaat geocoderen, kost dit erg veel credits. In de meeste gevallen is het echter voldoende om een deel van Nederland te geocoderen.

Hier zijn een aantal tips om voor het draaien van een tool te weten hoeveel credits dit (ongeveer) gaat kosten en hoe het gebruik van credits te reguleren voor jullie named users.

Gebruik rollen voor het beperken van credits

Je kunt bestaande en zelf samengestelde rollen gebruiken om te bepalen wat gebruikers wel en niet mogen. Hiermee kun je ook het creditgebruik beperken. Bijvoorbeeld door aan te geven dat iemand geen geocodering mag toepassen, of geen hoogteanalyses mag uitvoeren. Het aanmaken van rollen kan gedaan worden bij Mijn Organisatie > Instellingen Bewerken > Rollen. Hiervoor heb je wel beheerrechten nodig. Vooral het tabje Premium Content is interessant wanneer je het credit gebruik wilt beperken:

Vervolgens kun je de nieuw aangemaakte rol toewijzen aan een named user. Ook hiervoor zijn beheerrechten nodig.

Toewijzen credits per gebruiker

Het is mogelijk om per gebruiker in te stellen over hoeveel credits deze persoon beschikt. Wanneer deze op zijn kan de gebruiker geen handelingen meer uitvoeren die credits kosten. Om dit dan weer op te heffen kan de beheerder beslissen meer credits toe te kennen aan deze gebruiker.

Hierbij een uitleg over hoe je credits kan toewijzen.

Bereken hoeveel credits een bepaalde handeling kost

Je kunt met behulp van dit overzicht zelf uitrekenen hoeveel credits een bepaalde handeling, zoals opslag van data, kost. Houd er rekening mee dat je hiermee altijd een schatting van het aantal credits doet en dat het werkelijke aantal kan afwijken.

Bekijk de credits voordat je een tool draait

Voordat je een tool in ArcGIS Online draait die credits gebruikt, kun je het aantal credits opvragen dat gebruikt gaat worden. Dit doe je voordat de tool wordt gedraaid. Wanneer je op Analyse uitvoeren klikt gaat de tool draaien en kun je het aantal credits niet meer van tevoren opvragen. Het is dus belangrijk om op “credits tonen” te klikken voordat je op “Analyse uitvoeren” klikt.

Let op! Wanneer je de instellingen van de tool of het aantal features waar je de tool op draait aanpast, verandert ook het aantal credits. Vraag dan dus opnieuw het aantal credits op voordat je de tool draait.

Bepaal het gebied waar het om gaat

Hoe meer features een tool afhandelt, hoe meer credits er gebruikt worden. Een slimme manier om dit te beperken is om te kiezen voor de optie “Huidige extent van de kaart gebruiken”.

Zet het vinkje aan om van deze optie gebruik te maken. Hierdoor worden alleen de features meegenomen die vallen binnen de extent van je kaart.

Pas een filter toe

Ook filters kunnen gebruikt worden om het aantal features dat door de tool bekeken wordt te beperken. Klik hier voor meer informatie over het instellen en gebruik van filters.

Websites:


Hoe kan ik gebruik maken van subtypes en domeinen in ArcGIS Online?

Achtergrond

Subtypes worden gebruikt om verschillende features binnen een feature class te groeperen in een aantal subgroepen gebaseerd op een attribuutwaarde. Met behulp van domeinen kan aangegeven worden welke waarden gekozen kunnen worden per subtype. Gebruikers worden gelimiteerd met wat zij kunnen invullen, waardoor je achteraf geen typefouten hoeft te corrigeren. Voor de eindgebruiker heeft dit als voordeel dat hij makkelijker de waarden kan invullen bij het editen. Als binnen een organisatie gebruik wordt gemaakt van subtypes en domeinen, kan dit ook meer efficiency van data-opslag betekenen. Het kost minder opslag als er short integers gebruikt worden met getallen, dan wanneer de woorden voluit geschreven staan.

Met behulp van subtypes worden regels gesteld. Stel iemand tekent wegen in. Wanneer een snelweg getekend wordt, kan diegene als maximale snelheid alleen nog maar kiezen voor 100, 120 of 130 kilometer per uur. Terwijl bij het tekenen van een lokale weg, er een keuze is tussen 30, 50 of 60 kilometer per uur. Deze kilometers per uur worden opgeslagen in domeinen.

In ArcGIS Online kunnen geen subtypes en domeinen aangemaakt worden. Om toch gebruik te kunnen maken van subtypes en domeinen in ArcGIS Online en bijvoorbeeld de Collector App, worden deze eerst aangemaakt in ArcMap of in ArcGIS Pro.

Aanmaken van subtypen en domeinen in ArcMap

Bij het aanmaken van subtypes en domeinen in ArcMap is het van belang om te onthouden welke typen velden gekozen kunnen worden. Het veld voor de subtypes moet altijd een short integer of een long integer veld zijn. Wat betreft het domeinveld kan elk gewenst veldtype gekozen worden. Het creëren van een feature class met subtypen en domeinen begint met het aanmaken van twee velden in de attribute table: een integer veld voor de subtypes en een willekeurig veld voor de domeinen.

Vervolgens is het mogelijk om de subtypes en domeinen te definiëren. Domeinen kunnen worden ingesteld via de eigenschappen van de file geodatabase of via de eigenschappen van de feature class. In onderstaand stappenplan staat beschreven hoe de domeinen ingesteld worden via de feature class. Voor de functionaliteit ervan maakt het niet uit op welke manier de domeinen zijn ingesteld. Volg hiervoor de volgende stappen:

  1. Klik in het Catalog Window met de rechtermuisknop op de feature class en kies voor ‘Properties’.
  2. Navigeer naar het tabblad ‘Subtypes’.
  3. Kies bij ‘Subtype Field’ voor het zojuist aangemaakte integer veld.
  4. Vul onder ‘Subtypes’ de onderverdeling in subgroepen in.
  5. Klik vervolgens op de knop ‘Domains…’.
  6. Vul in de tabel bij ‘Domain name’ de onderverdeling in die gebruikt gaat worden per subgroep.
  7. Selecteer de eerste domeinnaam door op het grijze vakje voor de naam te klikken.
  8. Kies als Field Type onder Domain Properties hetzelfde type als is gekozen toen het veld werd aangemaakt.
  9. Vul onder coded values vervolgens de verschillende typen in.
  10. Doe hetzelfde voor de andere domeinnamen en klik op ‘OK’ om weer terug te komen op het tabblad ‘Subtypes’. Hier worden de domeinen gekoppeld en subtypes gekoppeld.
  11. Selecteer onder subtypes het eerste subtype door te klikken op het grijze vakje voor het subtype.
  12. Kies in de tabel ‘Default Values and Domains:’ onder domein voor het juiste domein. Doe vervolgens hetzelfde voor de andere subtypen. Klik daarna op ‘OK’.

Exporteren naar ArcGIS Online

Nu de subtypes en domeinen zijn ingesteld in de feature class, kan deze gepubliceerd worden naar ArcGIS Online. Volg hiervoor de onderstaande stappen:

  1. Log in ArcMap in met een ArcGIS Online account.
  2. Verwijder de feature class uit de Table of Contents en voeg deze opnieuw toe vanuit het Catalog Window.
  3. Start een editsessie en stop deze ook weer. Hierdoor wordt een feature template set aangemaakt.
  4. Klik vervolgens op file -> share as -> service…
  5. Kies ‘Publish a service’ en klik op ‘next’ en vul een naam in voor de service. Klik vervolgens op ‘Continue’.
  6. Bij ‘Capabilities’, kies voor ‘Feature Access’. Zet in het tabblad ‘Feature Access’ het vinkje aan voor ‘create’.
  7. Vul bij ‘Item description’ de verplichte velden in en klik uiteindelijk op publish.

De feature service is nu beschikbaar in ArcGIS Online en er kan gebruik gemaakt worden van de subtypes en domeinen.


Welke domeinen moeten openstaan om ArcGIS Online te kunnen bereiken?

ArcGIS Online

Hier volgt een overzicht van de domeinen die bereikbaar moeten zijn om ArcGIS Online ook bij ingestelde firewalls of proxy zonder belemmering te kunnen gebruiken.

Om de ArcGIS Online website te benaderen:

  • http://*.arcgis.com
  • https://*.arcgis.com

Om toegang te krijgen tot de basemap tiles:

  • http://*.arcgisonline.com
  • https://*.arcgisonline.com

Om items van ArcGIS Online te downloaden:

  • https://ago-item-storage.s3.amazonaws.com

Om My Esri Support en de help documentatie te raadplegen:

  • http://*.esri.com
  • https://*.esri.com

Alle services op deze adressen communiceren op de standaard poorten 80 en 443

Bing Maps

Wordt er gebruik gemaakt van Bing Maps? Dan is ook toegang tot het volgende domein noodzakelijk:

  • http://*.virtualearth.net

ArcLogistics Online

Wordt er gebruik gemaakt van ArcLogistics Online? Hiervoor moeten de volgende domeinen opengezet worden:

Voor poort 443 (beveiligd):

  • account.arcgisonline.com
  • premium.arcgisonline.com

Voor poort 80 (niet beveiligd):

  • links.esri.com
  • downloads2.esri.com
  • server.arcgisonline.com
  • arclogistics.arcgisonline.com
  • tasks.arcgisonline.com
  • ec2-184-73-217-220.compute-1.amazonaws.com
  • ec2-184-73-217-222.compute-1.amazonaws.com

Websites:

Troubleshooting issues adding ArcGIS Online basemaps to ArcMap, zie
http://blogs.esri.com/esri/supportcenter/2013/04/01/having-issues-adding-arcgis-online-basemaps-to-arcmap/

Problem: ArcLogistics Online can't connect to the license service, zie
http://support.esri.com/en/knowledgebase/techarticles/detail/38636


Arcade in ArcGIS Online

Wat is Arcade?

Arcade is een nieuwe expressietaal voor ArcGIS dat de gebruiker in staat stelt om dezelfde expressies voor met name symbologie en labeling te gebruiken door het gehele ArcGIS Platform. Arcade is zodanig ontwikkeld dat het door het gehele platform gebruikt kan worden, zowel op het web, als op desktop of mobiele devices. Met behulp van Arcade kunnen complexe labels en symbologieën on the fly gemaakt worden, hiervoor werd eerder Python gebruikt. Arcade is echter geen vervanger van Python. Gebruikers kunnen dus ook gewoon Python blijven gebruiken in combinatie met ArcGIS.

Waarom Arcade?

Om symbologie te definiëren op basis van meerdere velden, was het voorheen noodzakelijk om een kolom toe te voegen en deze met behulp van de field calculator te vullen met de waarden. Deze kolom kon vervolgens gebruikt worden om de symbologie uit te voeren.

Door de komst van Arcade is het mogelijk om ‘on the fly’ het resultaat van de berekening te laten zien op de kaart. Stel bijvoorbeeld dat een visualisatie gemaakt dient te worden van het aantal inwoners per km2, dan is het mogelijk om deze twee kolommen uit de attribuuttabel door elkaar te delen en direct in beeld te brengen. Er hoeft dus geen nieuwe fysieke kolom te worden aangemaakt om te gebruiken voor het instellen van de symbologie.

Functies

Net als andere programmeertalen als Python, maakt Arcade gebruik van functies om expressies op te bouwen en berekeningen uit te voeren. In het venster in ArcGIS Online waarin de expressie wordt ingevoerd, zijn de functies zichtbaar. Er zijn veel verschillende functies, waardoor het lastig kan zijn om de betekenis ervan precies te weten. Daarom is er een overzicht gemaakt van de verschillende functies die gebruikt kunnen worden met Arcade: https://developers.arcgis.com/arcade/function-reference/.

Een Arcade expressie gebruiken in ArcGIS Online

In ArcGIS Online is het mogelijk om de symbologie van kaartlagen in een web map in te stellen op basis van een Arcade expressie. Ook kan voor de labels van een kaartlaag een Arcade expressie worden gebruikt.

Symbologie

Met de onderstaande stappen is het in ArcGIS Online mogelijk een Arcade expressie in te stellen voor de symbologie van een kaartlaag. Aan de hand van een voorbeeld wordt een Arcade expressie gebruikt om een ‘on the fly’ symbologie te maken waarin de groei of krimp van een gemeente wordt weergegeven.

  1. Voeg in ArcGIS Online de kaartlaag waarop een symbologie met een Arcade expressie moet worden ingesteld toe aan een web map.
    Voorbeeld: In het onderstaande voorbeeld is een kaartlaag toegevoegd met de velden Gemeentenaam, aantal inwoners en bevolkingsprognose 2020 tot 2025. Op dit moment is een standaard symbologie ingesteld op het aantal inwoners.

  2. Klik op het stijl wijzigen icoon onder de naam van de kaartlaag en kies in het dropdown menu voor Nieuwe Expressie.

  3. Het Arcade venster verschijnt met aan de linkerkant een venster waarin een expressie ingevoerd kan worden. Aan de rechterkant kan onder de tabbladen geschakeld worden tussen Globals (de variabelen in je dataset) en de Functies die je kunt gebruiken. Voor elke functie is een uitleg beschikbaar via het icoon. Voer in het venster aan de linkerkant de expressie in die u wilt toepassen op de symbologie.
    Voorbeeld: Voor het voorbeeld voeren we de expressie in zoals te zien in het screenshot hieronder. Hierin wordt eerst het percentage groei/krimp uitgerekend waarna de bevolkingsontwikkeling in 3 categorieën wordt ingedeeld. Krimp, Groei of Relatief stabiel.

  4. Om te testen of de expressie goed functioneert, kan voor een van de features in de dataset een test worden uitgevoerd. Klik boven het expressievenster op Test, geeft de test de gewenste waarde terug dan functioneert de expressie.
    Voorbeeld: In het screenshot hieronder is te zien dat de expressie de waarde krimp teruggeeft voor een van de gemeenten uit de dataset.

  5. Als de expressie naar wens functioneert, klik dan op OK om de expressie toe te passen op de kaartlaag.
  6. In het Stijl wijzigen venster in de web map kunt u nu de symbologie verder configureren op basis van de expressie.
    Voorbeeld: Op het screenshot hieronder is te zien dat voor het voorbeeld een kleur is ingesteld voor de drie categorieën die met de Arcade expressie zijn ingesteld. Met de Arcade expressie zijn dus ‘on the fly’ categorieën gemaakt zonder dat deze data beschikbaar is in de dataset.

Labels

Labels instellen op basis van een Arcade expressie kan door middel van de volgende stappen.

  1. Klik op de Meer opties icoon onder de naam van de kaartlaag en klik daarna op Labels maken.
  2. Kies in het dropdown menu voor Nieuwe expressie om labels te maken op basis van een Arcade expressie.
  3. Het Arcade venster verschijnt weer, voer een expressie in waarop de labels moeten worden gebaseerd.
    Voorbeeld: in het screenshot hieronder is een expressie ingevoerd waarmee het percentage groei of krimp als label wordt weergegeven. Met de ‘Round’ functie wordt het resultaat afgerond op 1 decimaal achter de komma.

  4. Klik op de Test knop om een test uit te voeren en te kijken of de expressie naar wens functioneert.
    Voorbeeld: In het screenshot hieronder is te zien dat de expressie een percentage teruggeeft met een decimaal achter de komma.

  5. Klik op OK om de expressie toe te passen op de labels. In het labels menu kunt u de stijl van de labels nog naar wens configureren.
    Voorbeeld: In het onderstaande screenshot is te zien dat de labels het percentage weergaven dat is ingesteld met de Arcade expressie. Alle gemeenten met een percentage tussen -2,5 en 2,5 zitten in de categorie ‘Relatief stabiel’, alles lager dan -2,5 in de categorie ‘Krimp’ en alles hoger dan 2,5 in de categorie ‘Groei’.

ArcGIS Pro

Arcade Expressies die in ArcGIS Pro zijn ingesteld worden bij het publiceren van een laag overgenomen door ArcGIS Online. In het Arcade venster in ArcGIS Online kunnen deze voor zowel de symbologie als de labels na het publiceren worden aangepast.

Om een Arcade expressie ingesteld in ArcGIS Online in ArcGIS Pro te zien of te bewerken moet deze eerst worden opgeslagen op de kaartlaag. Klik op de Meer opties icoon en daarna op kaartlaag opslaan. Als de hosted feature service nu in ArcGIS Pro wordt geopend kunnen de Arcade expressies ingezien worden en bewerkt. Voor meer informatie daarover kunt u het technisch artikel over het gebruik van Arcade in ArcGIS Pro lezen.


Exporteer data met bijlages uit een ArcGIS Online feature service

Achtergrond

Het kan zijn dat het nodig is om een lokale kopie te maken van de objecten en bijlages die zijn opgeslagen in een ArcGIS Online hosted feature service, bijvoorbeeld voor back-up doeleinden. De werkwijze hiervoor is beschreven in het onderstaande stappenplan.

Voor het exporteren van alle bijlages uit een file geodatabase naar een map is op dit moment geen standaard tool beschikbaar. Het is wel mogelijk om dit te doen met behulp van een pythonscript. In dit artikel is ook een script en stappenplan opgenomen om alle bijlages naar een map te exporteren.

Een replica maken

Stappenplan

  1. Log in op het ArcGIS Online Portaal van de organisatie en ga naar de service waarvan je de data en bijlages wilt downloaden.
  2. Klik onder Kaartlagen op het pijltje naast een kaartlaag en kies voor Service-URL.

  3. Klik op FeatureServer bovenin (onder ArcGIS REST Services).

  4. Klik op Create Replica onderaan de pagina.

  5. Vul de volgende waarden in:

     

    • Layers: 0
    • Return Attachments: True
    • Sync Model: none
    • Data Format: FILEGDB

    Als je meerdere lagen wilt exporteren kan je bij Layers meerdere lagen invullen gescheiden door een komma. De lagen worden genummerd vanaf 0. Als er een laag in zit dat heeft deze dus het nummer 0.

  6. Klik op Create Replica.
  7. Klik op de gegenereerde url om het zip-bestand te downloaden.

In het zip-bestand zit een file geodatabase met de objecten en de bijlages.

Grote datasets

Bij grote datasets kan het voorkomen dat er een time-out optreedt. In dat geval kan je op het formulier de optie Create Replica Asynchronously op True zetten.

Klik op de gegenereerde link en klik op Check. Als de server de download heeft klaargezet staat er onder Status: Completed en wordt er een url gegenereerd die verwijst naar een zip-bestand met de file geodatabase.

Bijlages naar een map exporteren

Met behulp van het volgende pythonscript kunnen alle bijlages uit een feature class geëxporteerd worden naar een map. In dit pythonscript wordt de module arcpy.da (data access) gebruikt. Deze module is beschikbaar vanaf ArcGIS 10.1.

Stappenplan

  1. Kopieer het volgende pythonscript naar een tekst editor (bijvoorbeeld Notepad).

    from arcpy import da

    import os

     

    inTable = arcpy.GetParameterAsText(0)

    fileLocation = arcpy.GetParameterAsText(1)

     

    with da.SearchCursor(inTable,['DATA','ATT_NAME']) as cursor:

    for row in cursor:

    binaryRep = row[0]

    fileName = row[1]

    # save to disk

    open(fileLocation + os.sep + fileName, 'wb').write(binaryRep.tobytes())

    del row

    del binaryRep

    del filename

  2. Sla het bestand op als Export_Attachments.py.
  3. Open ArcCatalog of het ArcCatalog Window in ArcMap.
  4. Maak een nieuwe toolbox (Help: How to create a toolbox).
  5. Klik met de rechtermuisknop op de toolbox en kies Add en kies Script.
  6. Geef het script een naam, e en label, en een beschrijving. En zet een vinkje naast ‘Store relative path names’ en klik Next.

  7. Navigeer naar het opgeslagen pythonscript en selecteer het. Klik vervolgens op Next

  8. Vul bij Parameters het volgende in:

    • ‘Attachments table’ en kies als data type ‘Table’ en
    • ‘Output location’ en kies als data type ‘Folder’

  9. Klik op Finish

Het script kan nu uitgevoerd worden door te dubbelklikken op het script.

Websites:

How to create a toolbox:
http://desktop.arcgis.com/en/arcmap/latest/analyze/managing-tools-and-toolboxes/creating-a-custom-toolbox.htm

How to add a script tool:
http://desktop.arcgis.com/en/arcmap/latest/analyze/creating-tools/adding-a-script-tool.htm


Hoe kan ik bestanden downloaden van ArcGIS Online en deze lokaal opslaan?

Het kan zijn dat je bestanden op ArcGIS Online hebt gezet die gewijzigd zijn en die je nu graag weer lokaal wilt opslaan. Dit is mogelijk.

Dit zijn de bestandsformaten die gedownload kunnen worden:

  • Layer package (.lpk)
  • Map package (.mpk)
  • Locator package (.gcpk)
  • Geoprocessing package (.gpk)
  • Tile package (.tpk)
  • Workflow manager package (.wpk)
  • ArcGIS Windows Mobile package (.wmpk)
  • CityEngine Web Scene (.3ws)
  • Geoprocessing sample (.zip)
  • Map template (.zip)
  • Desktop application template (.zip)
  • Shapefile (.zip)
  • KML (.kml or .kmz)
  • Text-delimited file (.csv or .txt)
  • Code sample (.zip)
  • Microsoft Office file (.doc, .docx, .ppt, .pptx, .vsd, .xls, .xlsx)
  • Image file (.jpg, .jpeg, .png, .tif, .tiff)
  • Portable Document Format (.pdf)

 

Hierbij het stappenplan hoe dit in zijn werk gaat:

Stap 1. Log in op ArcGIS Online en ga naar Mijn Content (My Content). Klik op een item met het juiste formaat.

Stap 2. Je ziet nu aan de linkerkant een knop OPENEN. Open het dropdown menu van de knop OPENEN en kies voor Download

Stap 3. Sla de download op en pak de bestanden uit als dat nodig is (bijv. met 7-zip).

 

Webmaps en services:

Bij webmaps kan je het volgende doen. Open de webmap in ArcGIS for Desktop 10.1. Hiervoor klik je in Mijn Content op het item. Kies vervolgens in het dropdown menu bij OPENEN voor Openen in ArcGIS 10.1 For Desktop. Er wordt nu een GDB aangemaakt en deze opent in ArcMap.

Bij een Hosted Feature Service (Type: ‘Features’ in Mijn Content) klik je ook weer op het item.

Nu kan je net als bij een webmap via OPENEN kiezen voor Openen in ArcGIS 10.1 for Desktop. Een andere manier is om bij Kaartlagen te kiezen voor Exporteren naar Shapefile (zie screenshot hieronder). Bij het exporteren naar Shapefile komen eventuele bijlagen niet mee.

 

Heeft u nog een ander soort bestandstype dat niet genoemd wordt en u heeft een onderhoudscontract, dan kunt u bij onze supportafdeling terecht.

Nieuwe vragen kunt u insturen via ons klantenportaal http://mijn.esri.nl/standaard/support-esri-nederland.


Hoe kan ik de BRT, BGT, BAG, DKK en de postcodevlakken downloaden als file Geodatabase?

Je kunt deze datasets downloaden in een file Geodatabase formaat als je lid bent van de ArcGIS Online groep Datasets - Esri Nederland.

Hoe kan ik lid worden van deze groep?

Je wordt lid door op de volgende link te klikken: Datasets - Esri Nederland. Meld je aan met een organisatie account (‘named user-account’) van ArcGIS Online en klik op ‘LID WORDEN VAN DEZE GROEP (‘JOIN THIS GROUP’):

Om lid te worden dien je te beschikken over een named user-account van ArcGIS Online. Alle organisaties met onderhoud op ArcGIS hebben de beschikking gekregen over één of meerdere named user-accounts.

Ook met een developer account kun je lid worden van deze groep. Een developer account kun je hier aanvragen: https://developers.arcgis.com/sign-up/

Nadat je een lidmaatschapsaanvraag hebt verstuurd word je binnen enkele minuten automatisch toegevoegd aan de groep. Je hoeft je dus maar eenmalig aan te melden, daarna heb je altijd onbeperkt toegang tot alle datasets die wij daar aanbieden.

Ik krijg een foutmelding als ik lid wil worden: ‘Kan geen lidmaatschap voor deze groep aanvragen’

Met een openbaar account (public account) kun je niet lid worden van de groep. Je krijgt dan de volgende foutmelding:

Vraag het lidmaatschap aan met een organisatie account of een developer account.


Ik heb een ArcGIS Online proefabonnement geprobeerd en nu koop ik een ArcGIS Online jaarabonnement. Hoe kan ik na afloop van mijn proefabonnement de content behouden en naar mijn nieuw aangekochte jaarabonnement overdragen?

Om de content van het bestaande proefabonnement over te dragen naar het nieuwe jaarabonnement moet het organisatie ID van het proefabonnement worden opgestuurd naar administratie@esri.nl. Het organisatie ID is te vinden onder abonnementstatus. De abonnementstatus staat aan de rechter kant van de pagina ‘Mijn organisatie’. Wanneer het organisatie ID is gekoppeld aan het nieuwe jaarabonnement zal al de content die in het proefabonnement is aangemaakt zichtbaar zijn in het jaarabonnement van de organisatie.

Let op! Het overzetten van een proefabonnement naar een nieuw abonnement moet binnen 30 dagen na het verlopen van de proefperiode worden aangevraagd. Wanneer dit niet wordt gedaan, zal alle content verloren gaan.

Proefabonnementen van meerdere individuen en de inhoud die zij maken tijdens de proefperiode, kunnen niet worden samengevoegd tot één enkel abonnement voor de organisatie.


Items bewerken in ArcGIS Online groepen

Achtergrond

In ArcGIS Online is het mogelijk om items te delen met andere gebruikers met behulp van groepen. De eigenaar van een groep kan o.a. de bewerkingsmogelijkheden bepalen en instellen wie lid mag worden van de groep.

Vraag

Hoe moeten de eigenschappen van groepen en items in ArcGIS Online worden ingesteld zodat leden van de groep de gedeelde items (Web Maps, Web Mapping Applications, eigenschappen van een feature layer) kunnen bewerken?

Antwoord

Om in ArcGIS Online elkaars items (Web Maps, Web Mapping applications, eigenschappen van een feature layer) binnen een groep te kunnen bewerken, moet aan een aantal eisen worden voldaan:

  1. De eigenaar van de groep moet de beheerdersrol hebben
  2. De gebruikers van de groep moeten allemaal lid zijn van dezelfde organisatie
  3. De optie ‘Leden kunnen alle items in deze groep updaten’ moet aangevinkt worden. Let op: deze optie kan niet op een later moment worden in- of uitgeschakeld

Als bovenstaande instelling ‘Leden kunnen alle items in deze groep updaten’ is gekozen, is het niet langer mogelijk om ArcGIS Online leden van een andere organisatie toe te voegen aan de groep:

Om groepsleden bepaalde items te kunnen laten bewerken, zullen ook de afzonderlijke kaartlagen (feature layers) moeten worden gedeeld met de groep. Het delen van een item met een groep kan worden aangegeven in het tabblad ‘Mijn Content’.

Items delen die door de hele groep bewerkt mogen worden gaat als volgt:

  1. Ga naar het tabblad ‘Mijn Content’
  2. Zet een vinkje voor de items die gedeeld moeten worden
  3. Klik op het pijltje achter Delen en kies voor ‘Toegang en wijzigingsmogelijkheden’
  4. Zet een vinkje voor de groep(en) waarin de items gedeeld moeten worden en klik op OK

Als er lagen aan een webmap zijn toegevoegd die niet zijn gedeeld in de groep waarmee de webmap is gedeeld, verschijnt tijdens het laden van de webmap de volgende melding: “deze laag kan niet worden toegevoegd aan de kaart”. Deel de betreffende lagen met de groep om deze melding te verhelpen.

Als de items in een groep door ArcGIS Online gebruikers van een andere organisatie bewerkt moeten kunnen worden, zal tijdens het creëren van de groep de optie “leden kunnen alle items updaten” niet moeten worden geselecteerd. Let op: Met deze instelling kunnen de gebruikers alleen hun eigen items editen, niet de items van andere gebruikers binnen de groep.

Het bovenstaande geldt voor de items zelf: Web Map, Web Mapping Applicatie, eigenschappen van een feature layer.

Als je wilt dat gebruikers binnen een groep ook de data van een feature layer kunnen bewerken, moet in de eigenschappen van de feature layer worden aangegeven dat deze laag bewerkt mag worden en zal de laag gedeeld moeten worden met de groep. Hier wordt ook aangegeven welke mogelijkheden m.b.t. het bewerken aan de editors wordt toegekend:

Websites:


Hoe kan je batch geocoderen in ArcGIS 10.1 for Desktop?

Achtergrond

Met een ArcGIS Online abonnement is het mogelijk om een lijst met adressen te geocoderen. Dit is mogelijk op ArcGIS.com, vanuit Microsoft Excel met Esri Maps for Office (onderdeel van een ArcGIS Online abonnement) en met ArcGIS for Desktop 10.1. Dit artikel beschrijft de werkwijze om te geocoderen vanuit ArcGIS for Desktop.

Voorwaarden:

  • ArcGIS 10.1 for Desktop
  • ArcGIS Online abonnement

Met ArcGIS 10.2 for Desktop is het voldoende om aangemeld te zijn via File > Sign in om in batch te geocoderen. De World Locator van ArcGIS Online staat als standaard locator ingesteld.

Antwoord

Volg het onderstaande stappenplan om gebruik te kunnen maken van batch geocoderen in ArcGIS for Desktop op basis van het ArcGIS Online abonnement.

Toevoegen ArcGIS for Server connectie

  1. Open ArcMap
  2. Open het Catalog venster en kies bij GIS Servers voor Add ArcGIS Server.
  3. Kies voor Use GIS services en klik Next
  4. Voer bij de Server URL de volgende URL in:

    http://geocode.arcgis.com/arcgis/services

  5. Vul bij User Name en Password je ArcGIS Online gebruikersnaam en wachtwoord in en klik Next.

     

Selecteren van de toegevoegde ArcGIS for Server connectie in de Geocoding toolbar

  1. Open de Geocoding toolbar via Customize > Toolbars > Geocoding
  2. Kies in de eerste vervolgkeuzelijst voor <Manage Address Locators...>

  3. Kies voor Add… Navigeer naar de toegevoegde ArcGIS for Server connectie, kies World en klik op Add

  4. Klik op Close om de Address Locator Manager te sluiten

Batch geocoden met de World Locator

Na het instellen van de Address locator kan je vanuit ArcGIS for Desktop batch geocoderen:

  1. Klik op de Geocoding toolbar op de knop Geocode Addresses of klik met de rechtermuisknop in de Table of Contents op de tabel die je wilt geocoderen en kies voor Geocode Addresses.

  2. Kies voor de nieuw toegevoegde Locator: World en klik OK
  3. Kies de velden die gebruikt worden voor het geocoderen en klik OK
    In het veld Address kan een kolom ingevuld worden met het hele adres zoals: Kruiskamplaan 159 1911LN Uitgeest.
    Als het adres verdeeld is over meerdere kolommen zorg dan dat in ieder geval straat en huisnummer in één kolom staan en vul deze in onder Address.
    De velden Admin kunnen gebruikt worden voor woonplaats en provincie.
    Het veld Postal kan gebruikt worden voor Postcode.
    Het veld Country kan gebruikt worden voor land.

Controleren en aanpassen van de locaties met behulp van de Rematch Table

  1. Selecteer de laag met het resultaat van het geocoderen
  2. Klik op de knop Review/Rematch Addresses

  3. Een adres dat niet correct is of niet gevonden is kan worden aangepast door het betreffende record te selecteren en naar het adres te zoeken in het deelvenster Address.
  4. Als het adres is gevonden kies dan voor Match

Extra informatie

De ArcGIS Online World Geocoding Service die in dit artikel staat beschreven maakt onder meer gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Daarmee is het mogelijk om te geocoderen op basis van 4 en 6 positie postcodegebieden, straatnamen, huisnummers en woonplaats. Door het gebruik van de BAG kunnen adressen zeer nauwkeurig worden weergegeven op de kaart. Meer informatie over batch geocoding in ArcGIS for Desktop staat op:

http://resources.arcgis.com/en/help/main/10.1/index.html#/Exercise_4_Geoco di ng_addresses_in_a_table_and_rematching_unmatched_addresses/00250000000m000000/

Voor het batch geocoderen worden service credits van het ArcGIS Online abonnement verbruikt. Voor 1000 geocodes worden er 40 service credits gebruikt. Meer informatie over service credits staat op:

http://www.esri.com/software/arcgis/arcgisonline/credits


Hoe kan ik de World Geosearch-service gebruiken in ArcGIS for Desktop?

De World Geosearch maakt gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Hierdoor kan gezocht worden op 6 positie postcodegebieden, straatnamen, huisnummer en woonplaats. Ook behoren zoekcombinaties, zoals 6PPC met huisnummer (en eventueel land) tot de mogelijkheden. Door het gebruik van de BAG bij Geosearch worden adressen met hoge nauwkeurigheid gevonden.

Om de Geosearch te gebruiken in ArcGIS for Desktop kunt u de volgende stappen doorlopen:

  1. Open ArcGIS for Desktop.
  2. Klik op de Add Data knop  
  3. Browse naar GIS Servers en dubbelklik daar op Add ArcGIS Server.

  4. Kies in de wizard voor Use GIS services en klik next.
  5. Vul voor Server URL http://geocode.arcgis.com/arcgis/services in en klik op Finish.

    De GIS server is nu beschikbaar onder GIS Servers. Via de zojuist aangemaakte connectie naar deze services kunt u de Geosearch gaan gebruiken.

  6. Klik op de Find tool (de verrekijker) op de Tools toolbar (het is ook mogelijk om de geocoding toolbar te gebruiken).

  7. Klik bij de tab Locations op het mapje en browse naar de zojuist aangemaakte connectie naar de GIS Server. Daar vindt u de World Geosearch, met de naam World.

Extra toelichting

Met een abonnement op ArcGIS Online is het ook mogelijk om (een batch) te geocoderen. Dit kan vanuit ArcGIS Online of Esri Maps for Office (onderdeel van een ArcGIS online abonnement). Op www.arcgis.com staat meer informatie over het ArcGIS Online abonnement.

De Geosearch kan gebruikt worden om specifieke adressen te vinden maar ook om enkel een plaats of postcodegebied te lokaliseren. Naast de BAG (specifiek voor Nederland) biedt de Geosearch-service wereldwijd dekking en ook ondersteuning voor POI’s (Point of Interest).

Om dit mogelijk te maken bestaat de Geosearch uit verschillende locators (dit wordt ook wel een composite locator genoemd) die elk bedoeld zijn voor een andere input samenstelling. Deze verschillende locators zijn terug te vinden in de zoekresultaten onder Loc_name. De score geeft aan hoe goed de input met het Match_addr overeenkomt.

  1. NLDAddressPoint; Dit is de meest nauwkeurige locator die gebruik maakt van BAG data. Deze locator is in staat om specifieke adressen te vinden.
  2. NLDStreetAddress; In deze locator wordt geen BAG data gebruikt en dient als backup voor wanneer de eerste locator geen resultaten geeft. In deze locator worden andere bronnen gebruikt dan de BAG.
  3. NLD.AdminPlaces; Deze locator zoekt alleen op basis van woonplaatsen.
  4. NLD.Postal; de locator zoekt op basis van postcodes.

Wanneer u de Geocoding toolbar gebruikt is het ook mogelijk om voor iedere gewenste locatie in Nederland het dichtstbijzijnde adrespunt te zoeken (reverse geocoding). Dit is eenvoudig te doen door de Adress Inspector te gebruiken en op een willekeurige locatie op de kaart te klikken.

Vanaf ArcGIS 10.1 SP1 is de World Locator standaard toegevoegd in ArcGIS for Desktop op de Geocoding toolbar.


Hoe kan ik de Nederlandse basiskaarten gebruiken in ArcGIS for Desktop?

ArcGIS Online biedt verschillende basiskaarten aan met dekking voor de hele wereld. Er zijn nu ook verschillende extra gedetailleerde Nederlandse basiskaarten beschikbaar die te gebruiken zijn in het gehele ArcGIS-systeem, waaronder in ArcGIS Online en ook ArcGIS for Desktop.

Er zijn drie manieren om de Nederlandse basiskaarten te gebruiken in ArcGIS for Desktop, namelijk door te zoeken binnen ArcGIS Online, door een GIS Server connectie toe te voegen in ArcGIS for Desktop of door binnen ArcGIS for Desktop te zoeken naar de beschikbare content op ArcGIS Online.

Toevoegen vanuit ArcGIS Online

Het is mogelijk om kaarten direct aan ArcGIS for Desktop toe te voegen vanuit ArcGIS Online:

  1. Start uw browser op en navigeer naar http://www.arcgis.com
  2. Zoek naar de basiskaart die u wilt hebben, bijvoorbeeld op basis van een van de volgende zoektermen:
    • Topo RD
    • Canvas RD
    • Straten RD
    (Alle basiskaarten van Esri Nederland worden gepubliceerd door gebruiker: Esri_NL_Content)
  3. Klik op het pijltje naast openen en dan op ‘Openen in ArcGIS For Desktop’. Er wordt dan een klein .pkinfo bestandje gedownload, wanneer u deze opent start ArcGIS For Desktop automatisch op en laad de door u geselecteerde kaart.

     

Toevoegen vanuit ArcGIS for Desktop

Het is ook mogelijk om kaarten direct in ArcGIS for Desktop toe te voegen door een GIS Server connectie te maken. Dit kan door de volgende stappen te doorlopen:

  1. Open ArcGIS for Desktop
  2. Klik op de Add Data knop
  3. Browse naar ‘GIS Servers’ en dubbelklik daar op ‘Add ArcGIS Server’

  4. Kies in de wizard voor ‘Use GIS services’ en klik next
  5. Vul voor Server URL http://services.arcgisonline.nl/arcgis/services in en klik op Finish

  6. De GIS Server is nu beschikbaar onder GIS Servers en u kunt via Add Data of via het Catalog venster door de beschikbare kaarten browsen en de gewenste kaart direct in ArcMap gebruiken.

Binnen ArcGIS for Desktop zoeken naar content op ArcGIS Online

In ArcGIS for Desktop bestaat ook de mogelijkheid om te zoeken naar content op ArcGIS Online. Dit kan op de volgende manier:

  1. Open ArcGIS for Desktop
  2. Open het search venster
  3. Selecteer ArcGIS Online als zoeklocatie

  4. Zoek naar de basiskaart die u wilt hebben, bijvoorbeeld op basis van een van de volgende zoektermen:
    • Topo RD
    • Canvas RD
    • Straten RD
    (Alle basiskaarten van Esri Nederland worden gepubliceerd door gebruiker: Esri_NL_Content)
  5. Wanneer u een mapservice (), layer package () of feature service() opent dan worden deze aan de huidige map document toegevoegd, wanneer u een web map () of map package () opent dan wordt deze geopend in een nieuw map document.

Wanneer ik een WMS service maak van mijn eigen data, die geprojecteerd is in RD_New, komt deze niet juist op de basemaps van Esri te liggen. Er is altijd een afwijking van een aantal meters. Ik heb de projectie van mijn eigen data juist ingesteld, wat moet ik nog meer doen?

Oorzaak

De WMS service wordt bij default gepresenteerd in WGS84, andere projecties worden ondersteund mits de daarvoor benodigde transformatie is opgegeven. Wanneer de brondata geen transformatie gegevens bevat, wordt er op de brondata een andere transformatie toegepast dan op de datasets vanuit andere bronnen. Hierdoor komen de verschillende lagen niet juist over elkaar te liggen.

Antwoord

Om te zorgen dat de juiste transformatie wordt toegepast bij het tekenen van de WMS service, dient de juiste transformatie te worden ingesteld in het map document (het .MXD bestand). De transformatie heeft alleen effect op de map service, wanneer deze al is toegepast op het map document voordat de service is aangemaakt.

Het is mogelijk de juiste transformatie van RD_New naar WGS84 in te stellen, door de volgende stappen te nemen:

  1. Klik op ‘View’ in de menu balk en kies voor ‘Data Frame Properties…’
  2. Ga naar het tabblad ‘Coordinate Systems’ en klik op de knop ‘Transformations…’
  3. Kies bij Into: World\WGS1984
  4. Kies bij Using: Bij ArcGIS 10.x: Amersfoort_To_WGS_1984_2008_MB (De instellingen zouden nu overeen moeten komen met de onderstaande afbeeldingen)
  5. Klik op OK
  6. Klik nogmaals op ‘OK’ om het Data Frame Properties venster te sluiten.
  7. Sla het map document op.

Nu kan je een WMS service aanmaken op de manier waarop je dit altijd doet.

Let op: wanneer de service ook in ArcGIS Online Web Maps of in de ArcGIS apps voor mobiele devices wordt geconsumeerd, raden wij aan de brondata te her-projecteren naar 'WGS 1984 Web Mercator Auxiliary Sphere'. Dit is dezelfde projectie die wordt gebruikt voor het online kaartmateriaal. Wanneer de data geprojecteerd is in 'WGS 1984 Web Mercator Auxiliary Sphere', worden veel voorkomende problemen voorkomen.

Instellingen voor ArcGIS 10.x:


Wat moet ik doen bij een “invalid token” melding in het Operations Dashboard?

Achtergrond

De melding ontstaat door de volgende handelingen:

  1. Log in het Operations Dashboard
  2. Sluit het Dashboard af zonder uit te loggen
  3. Ga naar ArcGIS Online en log in met dezelfde user
  4. Pas voor deze user onder profiel het wachtwoord aan
  5. Wanneer nu het Dashboard opstart, wil deze gelijk inloggen met de oude credentials wat resulteert in de melding “Invalid Token”

Oplossing

Het username en wachtwoord wordt bewaard in de credentials manager.

  1. Ga naar configuratie scherm > Credentials Manager
  2. De vreemde cijfers en letters onder “Generic Credentials” is van het Dashboard. Gooi deze weg.
  3. Nu kun je weer inloggen.

Hierbij een video van hoe het probleem ontstaat en hoe het opgelost kan worden:


Aan de slag met Survey123

Introductie

Bij het inwinnen van gegevens in het veld wordt vaak gebruik gemaakt van vragenlijsten om de informatie over de objecten te verzamelen.

Survey123 for ArcGIS is een eenvoudige en intuïtieve formulier-gebaseerde oplossing voor inwinnen van gegevens die het maken, delen en analyseren van inspecties mogelijk maakt.

Met Survey123 kunnen gebruikers slimme formulieren aanmaken die op elke mobiele telefoon en tablet werken. Gebruikers kunnen vervolgens het veld ingaan, locaties inwinnen, gegevens over die locaties verzamelen en dit insturen.

Omdat Survey123 volledig geïntegreerd is met het ArcGIS platform, kan de data direct gevisualiseerd en geanalyseerd worden.

Overzicht Survey123

Survey123 for ArcGIS bestaat uit vier onderdelen:

  1. Survey123 web designer: hiermee kun je snel een eenvoudig via de survey123.arcgis.com website een survey aanmaken en publiceren.
  2. Survey123 Connect for ArcGIS: dit is een desktop applicatie waarmee je behulp van XLSForms een geavanceerde survey kunt maken.
  3. Survey 123 for ArcGIS field app: een app waarmee je via je telefoon of tablet een survey kunt invullen en insturen.
  4. Survey123 web site: hier kun je alle resultaten van een survey bekijken en analyzeren.
  1. Aanmaken van een survey met behulp van de Survey123 Web Designer

    Ga naar http://survey123.arcgis.com/surveys > log in > kies Create a New Survey > selecteer Using the web designer. Vul een naam, tags en een samenvatting in voor je nieuwe survey en klik op Create. Nu kun je met drag en drop eenvoudig een survey opbouwen met verschillende typen vragen:

    Figuur 1: voorbeeld aanmaken survey via Survey123 Web Designer

    De volgende video geeft een duidelijk overzicht hoe je met Survey123 Web Designer een survey aan kunt maken: Creating Smart Forms with Survey123 Web Designer, https://youtu.be/HtRv5kx5ekY.

    Wil je zelf aan de slag? Begin dan bij Create your first survey, klik op Browser: http://doc.arcgis.com/en/survey123/browser/create-surveys/createfirstsurvey.htm.

  2. Aanmaken van een survey met behulp van Survey123 Connect for ArcGIS

    Survey123 Connect for ArcGIS is een desktop applicatie. Deze applicatie is gebaseerd op XLSForms, je hebt dus een spreadsheet programma nodig dat hiermee om kan gaan (Excel, Google Sheets, Open Office Calc etc). Je kunt de software hier downloaden: http://doc.arcgis.com/en/survey123/download/, kies Survey123 Connect. Je maakt als volgt een nieuwe survey aan: start Survey123 Connect for ArcGIS > klik op New Survey.

    Omdat Survey123 Connect for ArcGIS gebaseerd is op XLSForms zijn er zeer geavanceerde mogelijkheden om surveys aan te maken: default waardes vooraf invullen, antwoorden controleren op syntax (bijvoorbeeld e-mail adres), afhankelijkheden tussen vragen instellen, barcodes scannen, handtekeningen toevoegen, berekeningen maken etc.

    Figuur 2: voorbeeld aanmaken survey via Survey123 Connect for ArcGIS

    Om de survey aan te maken hoef je niet in te loggen op ArcGIS Online. Pas als je de survey wilt publiceren wordt om je inloggegevens gevraagd.

    De volgende video geeft een duidelijk overzicht hoe je met Survey123 Connect for ArcGIS een survey aan kunt maken: Survey123 for ArcGIS XLSForm Tutorial (1 of 5): Creating and Publishing Surveys, https://youtu.be/utcINm0eBrU.

    Wil je zelf aan de slag? Begin dan bij Create your first survey, klik op Desktop:
    http://doc.arcgis.com/en/survey123/browser/create-surveys/createfirstsurvey.htm.

    Tip: als je een nieuwe survey aanmaakt met Survey123 Connect for ArcGIS, kun je kiezen voor samples. Hier staat een groot aantal voorbeeld surveys, bijvoorbeeld Contraints, Calculations en Cascading Selects.

  3. Survey123 for ArcGIS field App

    Via de Survey123 for ArcGIS field App kun je surveys downloaden, invullen en insturen. Je kunt de software hier downloaden: http://doc.arcgis.com/en/survey123/download/, kies Survey123 for ArcGIS. De app is beschikbaar voor Windows, macOS, Linux, App Store, Google Play en Amazon.

    Start de App op je telefoon of tablet > log in > download een survey > vul je survey in en stuur hem op.

    Figuur 3: Survey123 for ArcGIS Field App

    Vanaf versie 2.0 is de inbox: hiermee kun je de features van een bestaande feature service downloaden, inclusief de attribuutgegevens. Je kunt vervolgens via een lijst of een kaart een feature selecteren en de bijbehorende survey editen. De aangepaste features worden opgeslagen in de sent folder op je telefoon of tablet.

    De inbox optie moet wel geactiveerd zijn in de survey. Ga hiervoor naar Survey123 Connect for ArcGIS > selecteer je survey > ga naar Settings > klik op Inbox > kies 'Enabled - The survey user is required to click Refresh to update the contents'.

    De volgende video geeft een duidelijk overzicht hoe je met Survey123 surveys kunt invullen en insturen: Collecting Data with the Survey123 App, https://youtu.be/oFPsOsGFbrI.

    Wil je meer weten over de inbox en het editen van data via Survey123? Bekijk dan deze video: Editing existing data with Survey123 for ArcGIS, https://youtu.be/aGTPIzTtbSk.

  4. Analyseer je survey op de Survey123 web site

    Als eenmaal je survey is ingevuld, biedt Survey123 ook de mogelijkheden om je data te bekijken, te analyseren en te downloaden.

    Ga hiervoor naar de Survey123 web site: https://survey123.arcgis.com/surveys, log in en selecteer je survey. Je ziet nu vier opties: Overview, Collaborate, Analyze en Data.

    Overview: hier zie je een overzicht van alle surveys die ingestuurd zijn, door wie ze ingestuurd zijn en wanneer.

    Collaborate: hier kun je aangeven met wie je je survey wilt delen.

    Analyze: hier kun je je gegevens analyseren. De data kan als kaart getoond worden, of via verschillende soorten grafieken of woordenwolk weergegeven worden.

    Data: hier zie je de kaart en de tabel met de rauwe data. De data kan gedownload worden (als CSV file, Shapefile of File Geodatabase) of geopend worden in de ArcGIS Online Map Viewer.

    Figuur 4: Overzicht Survey123 for ArcGIS, analyse van de resultaten

    De volgende video geeft een duidelijk overzicht hoe je je data kunt analyseren: Exploring the Survey123 for ArcGIS Website, https://youtu.be/oPLCT36IwkU.

    Wil je zelf aan de slag? Begin dan bij Analyze results: http://doc.arcgis.com/en/survey123/browser/analyze-results/analyzeresults.htm.

Vereisten om Survey123 te kunnen gebruiken

Om een survey aan te maken of te analyseren heb je een Organizational of Developer Account nodig.

De aangemaakte survey kan vervolgens op de volgende manieren gedeeld worden:

  • Met iedereen
  • Met leden van een organisatie (dit mogen ook leden van een andere organisatie zijn of mensen met een developer account)
  • Met bepaalde groepen

Er moet wel altijd ingelogd worden om een survey in te kunnen vullen, maar dat kan ook via Facebook of Google (bij openbare surveys).

Survey123 staat op zichzelf, maar kan gecombineerd worden met Workforce, Navigator en/of Collector App (zie Integrate with other Apps, http://doc.arcgis.com/en/survey123/desktop/create-surveys/integratewithotherapps.htm).

Handige links:

Survey123, documentatie:
http://doc.arcgis.com/en/survey123/

Quick Reference:
http://doc.arcgis.com/en/survey123/desktop/create-surveys/quickreferencecreatesurveys.htm

Blog:
https://geonet.esri.com/groups/survey123/blog

What’s new in Survey123 for ArcGIS v 2.0?
http://doc.arcgis.com/en/survey123/browser/create-surveys/whatsnewsurvey123.htm

Survey123 Group
https://geonet.esri.com/groups/survey123#

Opleidingen:
https://www.esri.com/training/catalog/search/, zoek naar survey123

Tutorials:
http://doc.arcgis.com/en/survey123/desktop/create-surveys/createsurveys.htm
Let op: je kunt telkens kiezen voor desktop (Survey123 Connect for ArcGIS) of browser

Tutorial video’s:
https://survey123.arcgis.com/videos/#
Als je Survey123 Connect for ArcGIS opstart, kun je hier op Tutorials klikken, dan kom je ook bij de video’s

XLSForm:
http://xlsform.org/


Hoe begin ik met het maken van een eigen webapp?

Om een webapp te maken en beheren kun je natuurlijk gebruik maken van de standaard webapps en de eigen ingerichte webapps die via de Web Appbuilder kunnen worden opgebouwd.

Echter, voor de creatieve gebruikers die tegen de grenzen van de aangeboden online software aanlopen zijn er meer wegen die naar Rome leiden, waarbij meer mogelijkheden beschikbaar zijn dan de aangeboden widgets van de online Web Appbuilder. Voor deze gebruiker is het ook mogelijk om zelf een webapp in te richten. Deze webapps dienen wel te worden gehost op een eigen server.

In dit artikel wordt uitgelegd hoe een basis kan worden gelegd om de webapp klaar te zetten, waarna de webapp naar wens geconfigureerd kan worden. De webapp kun je vervolgens voor algemeen of intern gebruik aanbieden via de eigen server. Het configureren van de server, zodat de webapp beschikbaar is voor gebruikers wordt in dit artikel niet behandeld.

Er kan gebruik worden gemaakt van veel verschillende webservers. Voor dit artikel is gekozen om gebruik te maken van de webserver IIS. Deze webserver wordt standaard mee geïnstalleerd met Windows, maar staat ‘default’ niet aan. Natuurlijk kunnen er ook andere webservers worden gebruikt, maar die maken veelal gebruik van een andere mappenstructuur.

Aftrap

Zorg dat binnen de machine de webserver IIS is ingeschakeld. Wanneer IIS nog nooit ingeschakeld is geweest, zal er geen inetpub-folder op de machine te vinden zijn. Wanneer IIS de eerste keer wordt ingeschakeld, dan zullen deze webserver-folders worden aangemaakt.

Hoe activeer je IIS

Installeer IIS:
  1. Ga naar het Control Panel (Configuratiescherm) in Windows en klik op Add or Remove Programs
  2. Klik vervolgens op Add/Remove Windows Components
  3. Selecteer Internet Information Services (IIS), klik op Next en vervolgens Finish

Check of de map C:\inetpub is aangemaakt. Zo ja, vervolg dit artikel. Zo nee, neem dan contact op met de afdeling systeembeheer om IIS succesvol werkend te krijgen.

Downloaden bestanden van de webapp

De volgende stap is het downloaden van de bestanden van de default-webapp.

Ga naar www.arcgis.com en log in met je account. Wanneer je geen beschikking hebt over een ArcGIS-Online-account, dan kun je een account aanmaken op: https://developers.arcgis.com/

NB! Dit developer-account is een permanent account, je kunt hiervandaan dus je data/webmaps/feature layers hosten. Dit account heeft echter geen beschikking over users.

Na het inloggen ga je naar ‘My Content’. Voor de gebruikers die ArcGIS Online hebben ingesteld op de Nederlandse Taal zal dit zijn vertaald naar ‘Mijn Content’.

In ‘My content’ ga je naar ‘Create’.

Binnen ‘Create’ ga je naar ‘App’ en vervolgens ‘Using A Template’.

Je komt dan in het volgende scherm met templates.

Klik naar de webapp die je wilt creeeren. Voor dit artikel wordt gebruik gemaakt van de Basic Viewer. Ga naar ‘Collect/Edit Data’ en kies voor ‘Basic Viewer’. Een nieuw scherm zal openen. Klik hier op ’Download’.

Je wordt nu doorgelinkt naar https://github.com. GitHub is een Sociale Ontwikkelsite waar veel code gedeeld wordt die je kunt gebruiken in eigen code. Op de site die opent (https://github.com/Esri/Viewer) zie je de verschillende onderdelen van de webapp staan. Deze onderdelen ga je in 1 bestand downloaden via de knop ‘Clone or Download’.

En te klikken op: ‘Download Zip’

Bovenstaande actie slaat het bestand ‘Viewer-master.zip’ in de download-folder’ op je computer.

Kopieer dit zip-bestand in de folder: c:\inetpub\wwwroot en pak deze uit. De map c:\inetpub\wwwroot kan vragen om administrator-rechten. Wanneer dit zo is, dan kun je bij systeembeheer informeren hoe je toegang tot deze map kunt krijgen.

NB! Zorg ervoor dat de map eruit ziet als in onderstaande afbeelding.

De webapp staat nu op de juiste locatie klaar voor gebruik. Echter, deze moet nu nog benaderd worden via de webserver IIS. Om de webapp werkend te krijgen wordt het bestand ‘index.html’ via de webserver aangeroepen via de url:

http://localhost/Viewer-master/index.html

localhost = eigen machine (kan worden vervangen door de computernaam)
viewer-master = de folder waar de webapp in opgeslagen is.
index.html = hoofdpagina van de webapp

De webapp zal er als volgt uit moeten zien:

Tot slot

Je kunt nu naar wens de webapp aanpassen door middel van verschillende editor-software als notepad++ of visual studio code. Open index.html en de uitdaging kan beginnen.

Voor het toevoegen van verschillende onderdelen aan de webapp kun je gebruik maken van de dijits van ArcGIS via de ArcGIS API for Javascript. Deze zijn te vinden onder de volgende link.

Wanneer je een leuke webapp hebt gemaakt kun je de code van jouw webapp ook zelf delen via https://github.com.

Wanneer je enthousiast bent geraakt, maar nog niet helemaal je weg kunt vinden binnen JavaScript ben je van harte welkom om over dit onderwerp een cursus te volgen bij Esri Nederland. De cursus is te vinden in de link: Webapplicaties maken met de ArcGIS API for JavaScript

NB! Configuratie-issues die optreden binnen eigengemaakte webapps kunnen niet voor ondersteuning bij Esri Nederland Support worden aangemeld.


Wachtwoord herstel in ArcGIS Online zonder geheime vraag

Soms lukt het niet meer om in te loggen in ArcGIS Online, bijvoorbeeld omdat er geen geheime vraag is ingesteld. In dat geval kan een collega die Administrator (Beheerder) rechten heeft in ArcGIS Online het wachtwoord resetten. Hierbij de instructie voor de administrator om het wachtwoord te wijzigen:

  1. Ga naar www.arcgis.com (ArcGIS Online) en log in.
  2. Ga naar Organization/Organisatie en zoek de persoon waar het om gaat op in de lijst met named users.
  3. Klik op het tandwieltje onder Action en klik op Reset Password/Wachtwoord opnieuw instellen.
  4. Er wordt gevraagd of je zeker weet dat je het wachtwoord wilt resetten, klik op OK.
  5. De gebruiker krijgt nu een e-mail met het nieuwe wachtwoord.

Voor de gebruiker:

  1. Log in met het wachtwoord dat je in de e-mail ontvangen hebt.
  2. Vervolgens krijg je de mogelijkheid om je wachtwoord aan te passen.

Waar twittert men over je favoriete onderwerp?

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Esri biedt enkele templates aan om diverse sociale media in kaart te brengen. De webapp die wordt besproken kan tevens worden gebruikt voor Instagram of Flickr. In dit artikel wordt ingezoomd op Twitter.

Benodigdheden

Een account voor ArcGIS Online.
Een account voor Twitter.
GeoTagged twitterberichten op Twitter.

Kennisniveau

In dit artikel wordt er vanuit gegaan dat je de weg weet te vinden in ArcGIS Online en dat je weet hoe een webmap en webapp kunnen worden aangemaakt. Meer informatie over het aanmaken van webmaps en webapps kun je vinden in het artikel: Get started with maps

Plan van aanpak

Maak in je ArcGIS Online Organisatie-account een webmap aan. Deze webmap mag leeg zijn, layers worden niet gebruikt voor het weergeven van de Twitterberichten. Deel deze webmap en creëer de webapp door middel van een template.

Public Information

Voor het weergeven van de twitterberichten kan de template ‘Public Information’ worden geselecteerd. Onder het kopje ‘Social Media Feeds’ staan meerdere ‘social media’-mogelijkheden geselecteerd. Vink alles uit behalve ‘Twitter’.

Kies het gewenste trefwoord

In dit voorbeeld wordt gebruik gemaakt van het treftwoord NS (Nederlandse Spoortwegen). Hiermee kan in kaart worden gebracht, welke Twittergebruikers berichten hebben gestuurd met het trefwoord ‘NS’. In de opgevraagde data anno 30 oktober 2017 valt af te lezen dat deze Twittergebruikers zich veelal bevinden op of rond het traject Amsterdam-Rotterdam.

Configureren

Wanneer onderstaande gegegens worden ingevuld en de app volledig geconfigureerd is, dan zullen de Twitterberichten met het keyword ‘NS’ worden weergegeven. Een andere zoekingang is: Schiphol.

NB! Wanneer je nog niet bent ingelogd op Twitter, dan zal de volgende melding verschijnen bij het aanroepen van de Legenda en bij het Layer-overzicht. Je dient dan alsnog in te loggen op Twitter. Wanneer je nog niet beschikt over een Twitteraccount, dan kun je een Twitter-account aanmaken op www.twitter.com.

Authoriseren App

Vervolgens moet de App worden geauthoriseerd.

Resultaat

Onderstaand kaartje bevat, wanneer je bent ingelogd op Twitter en de App hebt geautoriseerd, de Twitterberichten van het trefwoord NS die beschikbaar waren op 30 oktober 2017.