Publiceren van webservices voor gebruik in GeoWeb

Veel Geoweb-gebruikers publiceren webservices op de klassieke manier voor het gebruik in GeoWeb, namelijk met ArcMap en ArcGIS Server. Echter, de technologie is veranderd waardoor er nieuwe mogelijkheden en nieuwe publicatie-methoden beschikbaar zijn via ArcGIS Pro en ArcGIS Enterprise. In dit artikel leg ik uit welke mogelijkheden er naast de klassieke manier zijn toegevoegd de afgelopen jaren.

ArcGIS Pro

ArcMap en ArcCatalog zijn de ArcGIS-desktop producten die sinds begin 2000 door zeer veel organisaties in Nederland en in de rest van de wereld gebruikt worden. Sinds 2015 is ArcGIS Pro < link naar productpagina> de nieuwe ArcGIS-desktopapplicatie. ArcGIS Pro is een moderne 64-bit applicatie die data zowel in 2D als in 3D kan visualiseren. Dankzij de ribbon-interface en de mogelijkheid om meerdere kaarten en lay–outs in één project te gebruiken is het zeker voor nieuwe gebruikers een applicatie waar men snel aan gewend raakt. Voor gebruikers die jarenlang met ArcMap gewerkt hebben is de overgang wat groter. Maar het biedt ook veel nieuwe mogelijkheden die het waard maken om ArcGIS Pro te gaan ontdekken.

Ontsluiting van services

De ontsluiting van webservices die gebruikt worden in GeoWeb < link naar productpagina> gebeurde jarenlang door ArcGIS Server. Verschillende services kunnen worden gepubliceerd, zoals mapservices, featureservices en geoprocessingservices. Maar ook op dit gebied zijn er veel nieuwe ontwikkelingen geweest de afgelopen jaren.

ArcGIS Server
De workflow was om in ArcMap een .MXD op te maken en deze vervolgens naar ArcGIS Server te publiceren. De ArcGIS Server stelde deze services dan via een SOAP- of REST-interface beschikbaar. De services werden veelal beschikbaar gesteld zonder authenticatie of eventueel achter een generieke login.

ArcGIS Enterprise
In de loop der jaren is naast ArcGIS Server ook Portal for ArcGIS beschikbaar gekomen. Qua functionaliteit vergelijkbaar met ArcGIS Online, maar dan een portaal ingericht voor de eigen organisatie op eigen infrastructuur. Portal for ArcGIS werd in eerste instantie als los product meegeleverd bij ArcGIS Server. Een aantal jaar terug zijn onder de naam ArcGIS Enterprise de producten ArcGIS Server, Portal for ArcGIS en de bijbehorende Datastore beschikbaar gekomen.

Portal for ArcGIS als applicatie voor het beschikbaar stellen van een centraal portaal, waar door middel van het inloggen met een username, gebruikers toegang krijgen tot webservices en applicaties in het portaal. Het ontsluiten van de service wordt gefaciliteerd door ArcGIS Server, die het usermanagement overneemt van het portaal. Dit betekent dat een gebruiker op basis van zijn User Type (GIS Professional, Creator, Editor, Viewer, etc.) bepaalde rechten krijgt: Mag hij of zij webservices aanmaken, aanpassen of alleen bekijken? ArcGIS Enterprise is de evenknie van ArcGIS Online, alleen niet in de cloud, maar volledig binnen de eigen organisatie ingericht.

DataStore
Onder ArcGIS Server draait de DataStore. In de Datastore kunnen alle gebruikers die publiceerrechten hebben data publiceren als hosted featureservices. Deze manier van publiceren wordt ook wel aangeduid als self-service mapping. Een gebruiker kan zelf bepalen wat hij publiceert. Via groepen in het portaal kunnen deze services ook beschikbaar gesteld worden aan andere gebruikers van het portaal.

Daarnaast kan onder ArcGIS Server nog steeds een zogenaamde Enterprise Geodatabase (gebaseerd op bijvoorbeeld MS SQL Server, Oracle of PostgreSQL) gebruikt worden. Dit is dezelfde Enterprise Geodatabase die ook gebruikt wordt bij een traditionele, standalone, ArcGIS Server, en ook hier wordt het authenticatieproces geregeld door de Portal. Gepubliceerde services op basis van de Enterprise Geodatabase zijn autoritieve services: webservices die door de gehele organisatie gebruikt worden en de belangrijkste data van de organisatie zijn.

Publiceren van webservices via ArcGIS Pro

Het publiceren van data vanuit ArcGIS Pro gaat iets anders dan vanuit ArcMap. Omdat ook ArcGIS Pro met hetzelfde autorisatie-mechanisme werkt, kan een ArcGIS Pro gebruiker alleen publiceren naar een ArcGIS Enterprise en niet direct naar een (standalone) ArcGIS Server. Alle gepubliceerde services worden op deze manier aangemaakt via ArcGIS Server, maar zijn direct beveiligd via het authenticatieproces van het portaal. De gepubliceerde services worden direct als item beschikbaar gesteld in het portaal. Tijdens of na het publiceren kan aangegeven worden voor welke groep gebruikers binnen het portaal de service beschikbaar is.

Vanaf GeoWeb 4.1.1. kon GeoWeb met ArcGIS Online secure content zoals secured web maps omgaan. Stapje voor stapje werden de mogelijkheden verder aangevuld.

In ArcGIS Enterprise worden webservices via zogenaamde webmaps gedeeld binnen applicaties. Te denken valt aan de standaard Webviewer van ArcGIS Enterprise, maar ook alle webtemplates, Dashboards en Web AppBuilder applicaties. Zelfs de Mobiele apps maken gebruik van deze webmaps.

Sinds GeoWeb 5.1 werkt GeoWeb ook met deze webmaps. Dezelfde webmap kan dus door meerdere applicaties gebruikt worden t.b.v. verschillende werkprocessen.

Wat is een webmap?
Een webmap bestaat uit een aantal onderdelen. Als eerste is er een basiskaart. Dit kan bijvoorbeeld een topografische basiskaart zijn of een luchtfoto. Bovenop deze basiskaart kunnen één of meerdere kaartlagen uit webservices liggen. Een laag in een webservices kan tijdens het publiceren een opmaak meekrijgen, die kan worden veranderd in de webmap. Ook de laagzichtbaarheid, labels en pop–ups kunnen worden aangepast in de webmap. Zo kunnen er meerdere webmaps gemaakt worden op basis van dezelfde webservices. Zoals eerder opgemerkt is het mogelijk een webmap in verschillende applicaties te gebruiken. In de nieuwste GeoWeb–applicaties wordt de opmaak dus ook geregeld vanuit deze webmaps.

Webmap aanmaken
Het aanmaken van een webmap kan op verschillende manieren gebeuren. De eenvoudigste manier is vanuit ArcGIS Pro. Maak in ArcGIS Pro een Project aan, of gebruik een bestaand Project. Voeg aan de Map één of meerdere kaartlagen toe. Dit kunnen featureclasses uit een file- of Enterprise Geodatabase zijn, maar ook bijvoorbeeld shapefiles, CAD-bestanden en luchtfoto’s. Bestaande webservices kunnen ook worden toegevoegd.

Publiceren van een webmap gebeurt vanuit het Share-menu. Alle datasets die lokaal op de PC staan worden dan gekopieerd naar de Server en daar gepubliceerd als services.

Wanneer de data, bijvoorbeeld uit een Enterprise Geodatabase op de server staat, dan zal de data niet opnieuw gekopieerd worden naar de server. Er wordt dan een referentie gemaakt in de webservice naar deze geodatabase. Naast de webmap wordt er dus ook automatisch een webservice aangemaakt.

Er kan ook gekozen worden om alleen een webservice aan te maken. Hiervoor kan de optie Share>Web Layer worden gekozen. Een webmap kan later in ArcGIS Pro worden gemaakt of ook in de ArcGIS Enterprise–omgeving.

Tijdens het aanmaken van de webmap en publiceren van de webservice kan worden aangegeven hoe deze gedeeld worden binnen ArcGIS Enterprise. Standaard zal een webmap of webservice met niemand gedeeld worden en dus ook niet toegankelijk zijn. Tijdens het publicatieproces of achteraf, kan dit aangepast worden naar de hele organisatie of specifieke groepen.

Nadat dit goed is ingesteld kan in GeoWeb de webmap gebruikt worden om de GeoWeb Viewer in te richten.

Heeft u naar aanleiding van deze post een vraag? Neem contact op via contact@esri.nl.

Volgend Artikel

Een unieke Esri User Conference

Lees dit artikel